Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woordje) moi, je voudrais vivre toujours a Paris

oh, Paris, oui, monsieur, Paris."

— „Vous connaissez Paris?" vroeg zijn buurman.

— „Pas encore mais, j'espère .... écoutez monsieur," vervolgde hij geheimzinnig, „je suis en train de

faire une grande découverte une invention, vous

comprenez?.... je rêve, oui, monsieur, je rêve un nouveau système télégrafique, ce sera pour la grande expo-

sition!".... ... ,

De ander keek hem in de afgematte oogen en hij vona hem bijna onnoozel met zoo te bluffen, want in zich zag hij hem dadelijk terug, 's avonds laat nog, tot overmiddernacht, zittend aan de tafel in den comedor, in zijn witte hemdsmouwen onder de lamp, bezig met het calligrafeeren van statistieken voor zijn dienst om een sigarettenduitje te verdienen. Hij zag hem weêr knutselen met liniaal en pen, van allerlei soort lagen ze voor hem, pennen voor rondschrift, voor groot en klein, en voor de zwierige krulletters die door ieder in huis oprecht werden bewonderd; maar hij zei niets, naast hem wond de man zich al meer en meer op, met veel ah's en oh's.

„Ah, si vous voulez, je vous montre demain tous

mes préparatifs.... au bureau .... mes chefs me tiennent en grande considération, vous savez.... o, comme je serai heureux a la fin de quitter Madrid.... cette vilaine

ville qui m'étouffe, qui m'ennuie soy cansado

de Madrid, mucho mucho!"1)

Door zijn fatterig gepraat was een wrok komen trillen, en als een paard dat opmerkzaam de ooren spitst op het fluitje van zijn menner, begon de extrangero te luisteren naar dat levende geluid; want naast hem sprak Arturo al drukker, zijn borstlijdersgezicht gloeide op de koonen, at en toe moest hij kuchen en zijn weekblauw oog werd nat.

;Je voudrais vivre loin de Madrid, a Paris,

») „Ik ben erg moe erg, erg."

Sluiten