Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder het smalle middel hing de tricot met kleinen val over de hooge heup, over een zwart satijnachtigen rok, die glad en strak voor den schoot, naar lager met dwarse strijkplooien de knieën drapeerde. Telkens bi]i het gaan drukte daar zich het volle been in af: onder de knieen strekten zich de plooien dan, die naar achteren verhepen, opgenomen werden in een hooge poef, een groote „queue de Paris," statig als een wippende hanenstaart. Lange banen zakten uit de poef neer, guirlandeerend achter tegen de dijen. Angstvallig paste het kostuum om haar vormen, haar hals schoof uit een wit plooiseltje da tot dicht onder de kin, als geregen, haar lichaam wegsloot. Maar overal, en door de strakke tricot en door het plooienstel van haar rok, liet zich het zuivere lichaam volgen, men kon haar naakt zien gaan in het omhulsel der stof. Om den pols van haar linkerhand hing wijd een breede vergulde bracelet met een rinkelend kettinkje er aan en een straal zwart glazen knoopjes streepte voor over haar buste, als een regenstraal van drupjes.

Zii ging bij de padrona zitten, die haar een stoel toeschoof.

Na den zang waren de gasten luidruchtiger geworden en in groepjes tot elkaar gegaan; bij het buffet onder het licht stond Arturo, de guitarra in den arm; hij kibbelde met Frasquetito over moeielijke grepen. Vol belangstelling stond de dentiste er bij, zijn haren stekelachtig overeind, omdat hij er altijd met zijn vingers doorheenstreek en zijn snorren bibberden, bekantlicht door de lamp, in he getril van zijn praatgragen mond. Af en toe gonsde uit hun midden, als een vierde prater, het gezoem der guitarra. Bij het deurgat, nog in den lichtcirkel, keuvelden Don Juan en Consuela; zij snoepte almaar door gebrande boontjes uit haar zak en knabbelde die op tusschen het

^Maarfwn het licht af, in den donkeen hoek, zaten de drie vrouwen; de roode tricot van Carmela was er stil kleurend midden in het zij-zwart der japonnen. Zij

Sluiten