Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nralend groen onder het vernis van den regen. Tapijten gelijk lagen de landen vlak, uitgerold tusschen de slin |ers der slooten, die luchtspiegelend van glanzen wisselden onder het geblaas van den wind. Laag kwam de erover welven; een oproerig, waterachtig beduisterd wokenveld rnet buien schoof boven die groote vorsehjke ïrazfcheid; een lucht nat dampig en schuw van daglicht hing over al dien rijkdom en al dien oogenlust van malsch ïergras. En overi, «o, aan het blauwende boomenveschiet was de wei levendig van puik blank vee, ais bester'd met koebeesten, die lagen

of rustig graasden, scherend met de tong het vette gra ,

tUMaaern ét ^bbe^ van den hengelaar schommelden heftiger, bobbelend over de rimpelkoppen en tusschen de donkere golvengleuven. Als de wind aanwoei joegen de panden van Z«n las hen, voor de

genslippen wapperden zi, op den wind. Doch onverstoo baar stond hij, beschermd door zijn Jooge laarzen n het natte weêr, als een visch in zijn element, a1 maar te turen mar zijn wiegelend vischtuig. Soms nopte het wel "v'en" Sr sloeg hlf handig op; de roode dobber vloog flnor de lucht aan het krinkelende snoer, t Was maar een zuiger geweest. De haak lag bloot en zonder van houding U veiSdewn, alleen met wat gewerk van z„n handen den stok als een geweer in zijn arm, stijf tegen het lijf gedrukt, 'schoof hij de pier recht, en begon van nieuws

""Van o^enr8hetnforscher blauwende boomenverschiet kwam een zware bui opzetten, een donker dreigend wolkenvhk vloog schuin langs den hemel op; het verseh.et verjehe merde achter een sluier van regen het vee achter ui het land stond als in een dauw, verz.lverend En de water wolk met haar oorlogsvorm snelde al hooger tot den hemel on en zweepte regenstralen neer uit haar nantcen op het rustige weiland, waar de koebeesten allen stonden

Sluiten