Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch het is in het middenstuk, daar waar de Maagd

met de zedig-neêre oogen, van uit de g'oei'n^%"'dlHeii kleur en het vlam-warm goud, het Kindeke van Heil, bUjde vrucht ui. de kelk van haar schoot bluft toonen voor de nooddruftige wereld, nu het zachtelijk vooroverkomen van Sinte Katharina. 't Verlangen dorst ,n den lach van haren mond nu het gezichtje opziet naar den Hemelschen Bruidegom, heel het teere_ wezen wu ^ als in overgave aan naar Hem die onze zonden als een appej draag? naar 't kind dat reikt en kijkt. En zi, nijgt en ze £ hemelsch in het glad-parelgrijs keurs er, «: » hoofsch en ze is wereldsch in haar dracht vari njkbrocatï met een sleep die zich uitschikt in vouwen, haar arm waarvan de hand om den trouwring vraagt pastin een bouwe van karmozijn of ze was een Bour^^lst^nprün" ces. Maar stil liggen voor het tapijt van den troon, het

martelrad en het zwaard. , ,

En het is het langzaam opdringen uit die suisende vrouw,

bedwelming als van een oud aroom, waarbij men om t genieten den adem inhoudt, maar als een geur van pas ontloken bloemen ook, is ze mooi in.verrukking. Terwij zacht nu het lijdelijke weten komt, hoe dit alles toch al niet meer van uit den tijd is, toen de aanbidding nog neerplofte op de knieën.

Al aanhoorend de genoegelijke vertelsels van denaistos of het buurpraatjes waren, de verbeeldingen gezien die Memlinc heeft gemaakt van Ursula, de Bntanmsche prin ces met hare maagden: „de Rijve" die gelijk boekbladen in zang Sa zang, de historie vertelt dier bemmnenswaardige vrouwtjes. Hoe zij ontschepen in de Heilige stad Keulen ingehaald worden door Koningin Sigillindis, en in Ba«l z§n, waar de Rün gaat onder de bergen zooals hij in Keulen onder de torens voortspoelt, en in Rome alwaar een getiaarde Paus de gelukkige ontvangt op den drempel der kerk, terwijl gansch de stoet van onnoozeltjes

Sluiten