Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een onzichtbren tak en spreidt het blad met de zeven stralige midden-nerven naar alle kanten uit. Een blad uit een herbarium is noch gaver, noch zuiverder, en de noodzakelijke afsnijding door de grenzen van het te beteekenen vlak, vermindert in het minst niet de kloekheid van het volgroeide blad.

Langs de gansche rechtsche zijde komt dan de blanke bloemkaars, de staande tuil der bekoorlijke snipperige bloemetjes van onderop, tusschen uit de voetingen van twee bladstelen — steunblaadjes? knopjes? zijn in de oksels — en links naar de richting öp van den bladsteel van het volwassen blad, draagt de eene steel, een ander, een jong, wat saamgevouwen blad, dat krachteloos nog van nerven, gaat afhangen naar d'ondersten linkerhoek.

En in den rechter hoek van onder is de plaats der vrucht, van den stekeligen opengesprongen bolster houdend het gladde zaad.

Zóo, uit een strikt gevoel voor de nobele groei-wijze der aftebeelden plant is PI. I geheel gevuld geworden.

En de kleur, teruggebracht tot het allernoodzakelijkste, doet meê tot den vriendelijken schijn. Het groen der blaren, op den achtergrond zwart als niets anders te doen hebbend dan het verheffen van het blank der bloemtuil, is saamstemmend verzeld alleen en aangevuld door het sober rood van het zaad.

En ten andere is zeker nooit genoeg te loven, de geest die uit dit werk naar ons toekomt. Er gaat zoo een ontvankelijkheid naar ons van uit, een stille blijdschap om het mooie werk dat te doen is, en een trachten om de eenvoudigheid, en een ontdekken om de frischheid en ook, om het begrijpen van de eeuwige struktuur. Wanneer wij de aandoening hier zouden willen zeggen, welke van af deez' wetenschappelijke plaat, dit jonge, heelemaal opengaan willende blad, ons plantenbeminnaars verschaft, wel, wij zouden er hemel en aarde voor kunnen gaan bewegen in dezen kouden vries-tijd.

Sluiten