Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het al of niet mogelijke, maar vertrouwt als een kind op Hem, die boven de natuur verheven ook vrij is tegenover de door Hem zelven ingestelde wetten van die natuur, vrij om desnoods dingen te doen, die tegen de wetten iudruischen of althans ze tijdelijk buiten werking stellen. Al moge de wijze, waarop zulke wonderen plaats hebben, voor ons verborgen zijn, dit geeft ons geen recht het '/onmogelijk» over die feiten uit te spreken. Wat Hij

wil doen, kan hij doen.

Bij dezen strijd over «natuurlijk» en »boveuuatuurlijk,» over de vraag of God al of niet iets doen kan in strijd met de wetten der natuur, heeft men te veel uit het oog verloren, dat het voor het menschel ijk verstand steeds een ondoorgrondelijk geheim zal blijven, in welk verband Gods transcendentie, Zijn verheven zijn boven de natuur staat tot Zijn immanentie, Zijn wonen en werken in de natuur. Uit het transcendentiebegrip volgt onvermijdelijk de leer, dat Hij machtig is in te grijpen in de aan Hein onderworpen orde der dingen; uit Zijne immanentie volgt even onvermijdelijk, dat Gods handelingen in de wetten en ordeningen der natuur aan het licht treden; dat zij er onafscheidelijk één mee zijn. Offert men een van beide begrippen op, dan koint men of tot een God buiten de natuur, een » Deus otiosus,» een niets doend Opperwezen, bf tot eene vereenzelviging van God met de natuur, een Algodheid, tot Pantheïsme. Beide begrippen moeten dus vastgehouden worden, en de strijd over de wonderen kan nooit beslist worden op wijsgeerig gebied. Zelfs de meest gewone gebeurtenissen, waarvan w ij de oorzaken kunnen ontdekken, kunnen worden beschouwd als rechtstreeksche daden Gods, ingrijpen Zijner almacht; en omgekeerd kan men de wonderfeiten opvatten als openbaringen van natuurwetten en natuurkrachten, wier bestaan tot dusverre onbekend was.

De strijd over de wonderen moet op een ander gebied wordeu overgebracht. De verklaring der wonderfeiten voorloopig daargelaten, is het de vraag: Hebben die feiten inderdaad plaats gehad ? Gebeuren er nu nog dergelijke feiteu ? M. a. w. de ervaring moet geraadpleegd worden om te beslissen of werkelijk de wonderverhalen in strijd zijn met wat in onze dagen plaats grijpt, of inderdaad er in onzen tijd »geen wonderen gebeuren.»

Om deze vraag te beantwoorden behooren wij eerst een ant-

Sluiten