Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk" is in zooverre onjuist, als zij bedoelt: //Die en die bepaalde feiten zijn onmogelijk.»

Intusschen kan de stelling van de onmogelijkheid der wonderen in zeker opzicht gehandhaafd worden; namelijk als men ouder //wonderen» alleen verstaat: feiten, die met alle, ook de onbekende wetten der natuur in strijd zijn; feiten van rechtstreeksche tusschenkomst van God. Te zeggen een wonder is een feit, dat in strijd is met de natuurwetten, is hetzelfde als te zeggen: een wonder kan niet plaats hebben. Van een ingrijpen van God kan nooit sprake zijn, omdat Hij niet buiten de wereld staat (al is Hij er boven verheven) maar in de wereld woont en werkt. In elke natuurkracht openbaart Hij Zijne almacht, in elke natuurwet Zijne gedachte. Hoe zou Hij dan kunnen ingrijpen in Zijn eigen werk, in de openbaring van Zijn eigen wil?

Maar toch is er een waarheid verborgen in dat idee van //ingrijpen//; namelijk de idee, dat er is eene hoogere wereld, die in deze lagere wereld inwerkt, en dat » wonderen» feiten ziju, die een gevolg zijn van deze inwerking. Want al kende men alle krachten en alle wetten der '/natuurlijke// wereld d. i. van de wereld der zintuigelijke waarneming, dan nog zou men niet gevonden hebben de verklaring van die feiten, waarin zicli eene //bovennatuurlijke,» d. i. een boven de zintuigelijke waarneming verheven wereld manifesteert. En het is deze hoogere wereld der onzienlijke dingen en krachten, waarvan het wonder in den hoogereu zin des woord de openbaring is.

De gedachte van twee werelden, eeue hoogere en eene lagere, eene onzichtbare en eene zichtbare, eene wereld der oorzaken en krachten en eene wereld der werkingen en stoffen is het eerst uitgesproken door den wijsgeer Plato. Uitgaande van het denkbeeld, dat de zichtbare wereld is ontstaan zooals het kunstwerk ontstaat, m. a. w. dat een goddelijke Kunstenaar, de Schepper of Demiurg, die wereld als een kunstgewrocht heeft vervaardigd uit de vortnlooze stof, kwam hij tot de gedachte, dat evenals het kunstwerk, eer het door den kunstenaar vervaardigd wordt, in den geest of de voorstelling des kunstenaars aanwezig is, en niets anders is dan eeue zichtbare afbeelding van dat onzichtbare gedachtenbeeld, zuo ook de zichtbare, stoffelijke wereld eene afbeelding is van eene

Sluiten