Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzichtbare denkwereld, de wereld der denkbeelden of ideën, de Ideënwereld. Alles wat in de zichtbare wereld bestaat is dus slechts de stoflijke afbeelding van iets onverganklijks; de wereld, waartoe wij in ons aardsche leven behooren, is slechts schijn; de wereld der ideën is de eigenlijke, de onverganklijke wereld.

Deze gedachte is door Philo den Joodschen filosoof overgenomen en in verband gebracht met de verwachting der Joden van een toekomend Koninkrijk Gods dat als volmaakt de onvolmaaktheid van den tegen woordigen toestand vervangen zal. In de joodsche theologie is zoodoende het denkbeeld ontstaan, dat alles, wat bij de komst van den Messias op aarde zal openbaar worden, reeds in den hemel aanwezig is en wacht om openbaar te worden. Zoo is de Messias ook reeds in den hemel tegenwoordig, wachtend op het tijdstip, waarop hij op aarde komen zal. lin evenzoo is »het nieuwe Jeruzalem» in den hemel tegenwoordig, om eeus, bij de komst van den Messias, uit den hemel op aarde neder te dalen. In deze joodsche voorstelling is echter de idee van twee werelden niet zuiver bewaard; trouwens, de Jood richtte zijne blikken geheel Tiaar <leze wereld, waar hij de volle openbaring van het volmaakte verwachtte met de komst van den Messias; en hij kon alleen in zooverre het denkbeeld van eene onzichtbare wereld aanvaarden, als hij het toekomende als het hoogere beschouwde. Toch ligt in deze joodsche gedachte de wortel van het denkbeeld des Nieuwen Testaments van een Koninkrijk der hemelen, dat op aarde zal komen.

Door Paulus is de gedachte van twee werelden op nieuw opgevat en verrijkt. Wel blijft ook hij bij de joodsche idee, dat het hemelsche ook het toekomende is, dat dus eens al het heinelsche aardsch worden zal, wanneer Jezus Christus wederkomt; maar intusschen komt de platonische idee van eene hoogere denkwereld als het eigenlijk onverganklijke, waarvan de lagere wereld der stof slechts het afbeeldsel is, meer tot zijn recht. Bekend zijn de schoone woorden, door hem geschreven in zijn tweeden brief aan de Coriuthen: «Want wij aanmerken niet de dingen, die wij zien, maar de dingen, die wij niet zien; want de dingen, die wij zien, zijn tijdelijk, maar de dingen, die wij niet zien, zijn eeuwig.» (2 Cor. 4 : 18). In deze woorden ligt de grondidee der Christelijke levensbeschouwing besloten. Het «Hoog omhoog, het hart

Sluiten