Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar boven! fiier beneden is het niet," viudt in deze overweging zijn grond. En de vermaning: «Zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is zittende ter rechterhand Gods; bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op aarde zijn« (Col. 3 : 1 en 2) drukt de zelfde levensopvatting uit. En in den brief aan de Hebreen wordt de gedachte van -Plato s ideënwereld, waarvan de zichtbare wereld eene afbeelding is, op eene andere wijze teruggevonden. De schrijver tracht aan te toonen, dat de aardsche vormen van godsdienst afbeeldingen waren van hemelsche dingen. De tabernakel is door Mozes gemaakt naar een hemelsch model. De ingang van den hoogepriester door het voorhangsel in het binnenste heiligdom is een beeld van het ingaan van Christus in den hemel der heerlijkheid ; en het priesterschap onder Israël was 't beeld van 't ware priesterschap van Christus. In «het onbewegelijk koninkrijk» wordi vervuld, wat in Israëls eeredienst tijdelijk als type of beeld werd gezien. En het leven des Christens is dan ook, volgens dezen schrijver, een loopen in de loopbaan naar het einddoel: het vaderland in de hemelen.

Ook in de andere geschriften des Nieuwen Testaments vinden wij deze dingen terug, doch het mag niet voorbijgezien worden, dat de gedachte aan de hemelsche wereld, waarvoor men als het eigenlijk blijvende, leven moet, onafscheidelijk vereenigd is met de gedachte aan het toekomende Koninkrijk, de overtuiging, dat de zichtbare wereld weldra voorbij zal gaan, en dan de onzichtbare wereld op aarde openbaar zal worden. Duidelijk zien wij deze beide denkbeelden vereen 1^*1 in de woorden uit den tweeden brief van Petrus: «De dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met eeu gedruisch zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn zullen verbrandeu. Dewijl dan deze dingeu alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid, verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen door vuur ontstoken zullen vergaan en de elementen brandende zullen versmelten. Maar wij verwachten naar Zijne belofte nieuwe hemelen en eene nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont. Daarom geliefden, verwachtende deze dingen, benaarstigt u, dat gij onbevlekt en onbe-

Sluiten