Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straffelijk van hem bevonden moogt worden.» (2 Petr. 3 : 10-14)

Op grond van deze en dergelijke uitspraken bleef in de oude christelijke wereld langen tijd de wereldverachtende levensopvatting heerscheu. Men vreesde den dood niet, ja zocht soms den marteldood, om van eene heerlijke kroon in het hemelsche, toekomstige koninkrijk verzekerd te zijn. Later echter, toen de vervolgingen eindigden, verminderde ook de gedachte aan den naderenden ondergang der wereld, en het leven voor de onzienlijke wereld openbaarde zich meer en meer in den vorm van het wereldverachtende, vleeschdoodende monniksleven. Intusschen openbaarde zich bij velen dezer monniken en nonnen, tengevolge van het «dooden» eu kruisigen der aardsch-zinnelijke natuur eu het zich uitsluitend richten op het geestelijke, verschijnselen, die aan de «wonderen» der fakirs iu Indië herinneren en hen tot den rang van heiligen verhieven. Doch daarnaast vuiid men eveneens het beoefenen der zoogenaamde »tooverij» of magie, waarbij ook geheime krachten eu werkingen aan 't licht tradeu. De kerk veroordeelde dit alles echter als duivelskunst, en paste zoodoende het dualisme toe, dat in de christelijke theologie heerscht, en met de tegenstelling der twee werelden samenhangt. De geheele wereld der onzienlijke dingen was voor de voorstelling gesplitst in twee gebieden, het hemelsche en het helsclie, het goddelijke en het satanische; en de rnensch kan bf door God begiftigd worden met en verwaardigd tot gemeenschap met de hemelsche wereld, en wordt dan een «heilige'/, bf door den Satan gebracht worden tot gemeenschap met de helsche wereld, en wordt dau een //toovenaar» of //heks», die den dood verdient.

l:i den uieuweren tijd is door het vernieuwd natuuronderzoek eerst het geloof aan den duivel en de hel, en daarna ook het geloof aan God eu den hemel ondermijnd en bij velen verdwenen; en zoodoende is de platonische idee van twee werelden verdrongen door de materialistische idee van ééne wereld, de stoft'elijk-zinnelijke. Toch treffen wij ook zelfs bij ougeloovigen uitspraken aan, die weder aan het platonisch-bijbelsch idee herinneren. Zoo b. v. de woorden van Goethe: «Al het verganklijke is slechts een beeld; het onbereikbare wordt hier (in de geestelijke wereld) bereikt.» J)

1) Alles Yergangliche ist uur ein Gleicliuisz. Das Unzulangliohe hier wird's Ereiclmisz. Uit bet slot vau fjoethe's raust.

Sluiten