Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I

DE ZIENERSGAVE.

Het geloof in het wonder berust op het geloof in openbaring. En het geloof in eene bijzondere openbaring berust op het geloof in de «Godstolken» of profeten. Onder de Israëlieten traden zij op de mannen, Nabi's geheeten,') die onder de leuze: »Alzoo spreekt Jahve» redenen hielden tot de Israëlieten, waarvan de strekking was heil te vermanen, te troosten, te bedreigen, te raden, te onderwijzen en het toekomstige hen te onthullen. Zij lieten hunne woorden somtijds gepaard gaan van handelingen, die het geloof in hun goddelijke zending versterkten, en voor wonderen gehouden werden; en tevens bleek het dikwijls, dat zij de verlichting, die hen in staat stelde te «profetetren,» d. i. hunne bezielde redevoeringen te houden, ontvingen in den droom of in een toestand van geestverrukking. Zij zagen iets bijzonders, in droom, of visioen; en hoorden daarbij dikwijls woorden, die geen ander menschenoor bereikten. Eu dat «zien» en «hooren» van wat voor anderen niet te zien of te hooren was, gaf hen de overtuiging, dat zij Godsgezanten waren en bezorgde hen den naam «zieners.»

Het is deze zienergave, de geschiktheid om te zien en te hooren wat met de natuurlijke zintuigen niet kan gehoord of gezien worden, die feitelijk den grondslag vormt van het profetisoae, van

') 't Woord „nabi" is ran oniekere beteekenis. Waarschijnlijk is het iemand, in wien de godheid is, de aangeblazen;, de geïnspireerde.

Sluiten