Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam «profetie» aangeduid. In het Nieuwe Testament vinden wij

vele sporen van die gave; men denke b.v. aan de engelverschijningen, aan het //gezicht» van Petrus in Joppe, aan de visioenen van den ziener op Patmos enz. enz. Ook in den na-apostolischen tijd traden zieners of profeten op, ten deele zelfs zich tegen de kerk stellende; men denke aan Montanus met zijne twee //profetessen.» En ofschoon onderdrukt, toch heeft de sekte der Montanisteu nog geruimeu tijd bestaan. Later echter trok de geestelijkheid meer en meer alles aan zich; geen //openbaring» was meer mogelijk dan door het orgaan der geestelijkheid; de letterdieust trad op, het dogma begon te heersclien en de uiting der zienersgave werd onderdrukt.

Toch ontbreken de sporen der gave niet. Onder de «heiligen» treffen wij personeu aan, die blijkbaar met de gave begiftigd waren; en ook bij de door de kerk veroordeelde en verbrande »hekseu« en »toovenaars« of bij als door den duivel bezeten behandelde lijders zien wij de sporen van de gave des gezichts. Hier alles te noemen op dit gebied is ondoenlijk. Wij noemen alleen: Eranciscus van Assisi, de stichter der Eranciskanermonnikorde, de heilige Brigitta, de heilige Catharina van Siena, en de bekende «profeet van Elorence,« Gierolamo Savonarola. Onder de Protestanten vinden wij de sporen der zienersgave bij de vervolgde Hugenoten en Waldenzen en in sommige dweepzieke secten. En in den nieuweren tijd treden op den voorgrond: Emanuel Swedenburg, de Zweedsche ziener, Frederika Hauffe, de zieneres van Prevorst, en Andrew Jackson Davis, de Amerikaansche Ziener en Hervormer. En eindelijk is door het Spiritualisme en de ontdekking der mediumniteit in verband met het toepassen van het door Mesmer ontdekte Magnetisme bij houderden personen de gave van «zien« en «hooren,« zoogenaamd //Clair-voyance» en »Clair-audiauce« ontwikkeld en hier en daar tot aanmerkelijke hoogte gestegen.

Tot de zienersgave moet alles gerekend worden, wat betrekking heeft op het hooren of zien vau dingen, tooneelen of personen, die voor de normale zintuigen van gehoor en gezicht onwaarneembaar zijn. Het is dus de gave om geestelijk te zien en te hooren, om waar te nemen, onafhankelijk van de zintuigen der waarneming, waar te nemen, wat niet behoort tot de wereld der zinnen, wat voor den niet met de zienersgave begiftigden

Sluiten