is toegevoegd aan uw favorieten.

Het gebied van het geheimzinnige

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pogingen om bijzonderheden in het gezicht waargenomen, te verijdelen, blijken steeds vergeefs. De ziener heeft het feit waargenomen, juist zooal.s het later plaats heeft. Zoo zag iemand eene begrafenis, waarbij witte paarden voor den lijkwagen gingen. Men trachtte dit, toen het sterfgeval plaats greep, bij de begrafenis te veranderen, door zwarte paarden te nemen; doch er had een ongeluk plaats inet de beide paarden, waardoor zij niet gebruikt konden worden, en men was wel genoodzaakt de eenig beschikbare paarden, twee witte, voor den lijkwagen te spannen.

Deze gave van het tweede gezicht, hoe vreemd en geheimzinnig ook, kan niet geloochend worden. De feiten zijn daarvoor te veel en te vaak geconstateerd. Ze te verklaren als vruchten der verbeelding gaat ook niet, daar het ondenkbaar is, dat men zich alle bijzonderheden van iets, dat later plaats grijpt, zal kunnen '/verbeelden.» Er moet een verband bestaan tusschen de later plaats grijpende feiten en het «zien." Maar welk verband? Het is niet te zeggen! Intusschen, hoe onverklaarbaar het verschijnsel moge zijn, het weerlegt ontegensprekelijk de theorie van het Materialisme, daar er van stotlijke werking hier geen sprake zijn kan.

Ts bij het «tweede gezicht» de ziener of zieneres schijnbaar geheel normaal, zoodat het geheele visioen doet denken aan het waarnemen van een buiten den ziener bestaand werkelijk iets, er zijn vele andere vormen van visionair zien, waarbij de abnormale toestand van den ziener het visioen schijnt te veroorzaken, zoodat de hypothese, dat de gezichten vruchten zijn van ontstelde verbeelding, hallucinaties, zeer voor de hand ligt.

Verschillende ziekten kenmerken zich door zulk denkbeeldig zien. Wij kennen allen het ijlen van den koortslijder en de hallucinatie van den aan delirium lijdenden dronkaard. Dergelijke visioenen, hoe reëel ze ook den lijders schijnen, zijn droombeelden, die, tengevolge van den ziekelijken, overprikkelden toestand der hersenen zich voor de verwarde voorstelling der lijders vermengen met de werkelijkheid rondom hen, zoodat werkelijke en denkbeeldige dingen door de lijders niet meer van elkander kunnen onderscheiden worden.

Intusschen vertoont zich ook op dit schijnbaar geheel verklaarbare gebied van «hallucinaties» nu en dan iets, dat aan het gebied