Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschijningen van geesten hebben er in alle eeuwen en onder alle volken plaats gehad. De meeste dier verschijningen echter zijn niet te boek gesteld; en die te boek gesteld en zoo tot ons gekomen zijn, worden gewoonlijk voor fabels gehouden. Met uitzondering va7i de engelverschijningen, die in den bijbel voorkomen, en voor «geloovige» Christenen als feiten vaststaan, en van de verschijningen, vermeld in de «levens der heiligen,» die voor de Katholieken als ontwijfelbaar gelden, worden alle verhalen van verschijningen door bijna iedereen vrucht van inbeelding of verdichting geacht. Hat werkelijk «geesten,-/hetzij dan «engelen,» «duivelen» of afgestorvenen, zich vertoonen kunnen, men betwijfelt het; en het feit, dat meestal slechts de ziener of zieneres de geesten ziet en anderen niets van hen bemerken, schijnt tegen de realiteit te pleiten. Toch zijn er meermalen bewijzen geleverd, dat de verschijningen geen fictie of hallucinatie zijn, maar reëele personen. Ja ér zijn enkele gevallen, dat velen te gelijk de //geesten// zagen, even duidelijk als men de in het vleesch levende menschen kan zien. Deze gevallen behooren echter tot de uitzouderingen.

Op grond van de vergelijking der verhalen over zulk «zien» van geesten, — waarvan vooral de «Magikon» van Dr. Kerner voorbeelden bevat, — komt men tot de conclusie, dat hoe hooger in rang in de geestenwereld, hoe reiner de zich vertoonende geest is, hij ook des te moeilijker zich kan zichtbaar maken; en hoe lager, rampzaliger en slechter de geesten zijn, zij zich des te gemaklijker zichtbaar maken kunnen.

Naast de verschijning of het voor bepaalde personen zichtbaar worden van geesten, van personen, die korter of langer tijd geleden het stoffelijk lichaam hebben afgelegd, staat het zeer vaak voorkomend verschijnsel van het zichtbaar worden van stervenden, op het oogenblik of kort vóór of na het oogenblik, waarop zij op een geheel andere plaats als waar zij gezien worden den laatsten adem uitblazen. Onverklaarbaar en vreemd moge dit schijnen, de voorbeelden zijn te talrijk om het feit te loochenen. Uit die vele gevallen kiezen wij er enkelen als voorbeeld.

Een pastoor hoort 's morgens vroeg aanbellen. Zonder dat hij hoort, dat de dienstbode de voordeur opent, hoort hij die deur opengaan, en ziet een oogenblik later een man zijn kamer binnen

Sluiten