Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnsel niet; alleen gissen naar de wijze waarop het plaats grijpt-1)

Van de verschijning van nog in het lichaam levenden overgaande tot die van stervenden ligt de verklaring voor de hand, dat de werkini; daar geheel dezelfde is. De sterke voorstelling, die de stervende zich maakt van de plaats, waar hij of zij verschijnt, in verband met den wil of de wtnsch om op die plaats (bij dien persoon) zich ie vertoonen, doet evenzoo iets vau het geestelijk lichaam uittreden met den bewusten geest; en terwijl het stotlijke lichaam stervend en machteloos uederligt, vertoont zich de persoon elders, levend en zich bewegend, en zoodoende het bewijs leverend, dat op den oever des doods de mensch nog evengoed een zelfbewust levend wezen is als in het aardsche leven, en dat als het stoüijke lichaam sterft de zich van het lichaam emancipeerende geest een omhulsel, een lichaam bezit, dat levend en krachtig is, en geheel op het stoflijke lichaam gelijkt.

Eu ten slotte bij dit licht de verschijningen van afgestorvenen beschouwende, komen wij tot de slotsom, dat de mensch dat zelfbewuste levende wezen blijft, ook al sterft zijn stotlijk lichaam, en dat hij ook na het wegvallen en de ontbinding van het stofkleed een lichaam, een omkleedsel bezit, levend en krachtig, en volkomen gelijkende op het stotlijk lichaam, toen dit nog diende tot werktuig des geestes. Wij zouden dus uit een en ander het besluit mogen trekken, dat de dood alleen het stotlijk lichaam treft; dat bij den dood de geest en het geestelijk lichaam zich geheel onttrekken aan de stof, zooals zij het gedurende het aardsche leven soms repds gedeeltelijk konden doen; dat het stoflelijk lichaam, na de verwijdering vau het geestelijk lichaam, dat zijn tegeubeeld is, niets meer is dan een doode, tot ontbinding overgaande massa; doch dat de mensch blijft voortleven in een zelfbewust bestaan, bekleed met een geestelijk lichaam, dat geheel de reproductie is van het stotlijk lichaam.

Ten slotte, de zieuersgave in zijn verschillende vormen beschouwende, en rekening houdende met het niet te loochenen feit, dat

ij Onder Occultisten en Theosofen spreekt men van „het uitzenden vau zijn astraal lichaam." Doch wat is dat? Het woord „astraal" is afgeleid van „aster", ster; het is dus een naam, die de verklaring geen stap verder brengt.

Sluiten