Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige houding aannam tegenover alle magische werkingen buiten den kring der Christenen. Hiertoe werkte niet weinig mee de vijandige houding, die door de schrijvers des Ouden Verbonds tegenover de wtooverij» aangenomen wordt, en de opvatting van Paulus, dat alle heidensche goden duivelen zijn. Zoodoende erkende men wel de realiteit der magische krachten, doch schreef ze aan «den Satan w toe.

Zoo kon bij de uitbreiding des Christendoms zich evenmin de tooverkunst der gennaansche (heidensche) toovenaars als de Oudegyptische magie in het openbaar handhaven, en werd zij teruggedrongen in de donkerste schuilhoeken. Bij Joden en Zigeuners bleef de magie bekend; doch ook deze moesten op hun hoede zijn voor de hen vervolgende geestelijkheid. Kabbalistiek en Alchemie waren de vormen, waarin de magie in de middeleeuwen zich voortplantte, onder de veroordeeling als .duivelskunst» ook steeds meer zijn edele zijde verliezende, en bij voorkeur als zwarte magie (zwarte

kunst; beoefend.

De onkunde en het bijgeloof maakten, dat in de middeleeuwen

de onmogelijkste dingen mogelijk geacht werden door «tooverij* en de domste vooroordeel™ algemeen verspreid waren Het bijgeloof maakte van den duivel een soort tweede almacht, die zijne dienaren de toovenaars en heksen tot de ongelooflijkste dingen in staat stelde. Het zich veranderen in dieren of in andere dingen, het verwekken van storm, pest, enz., het vliegen door de lucht op een bezemsteel, het plegen van verboden omgang met den duivel en/.., waren gewone beschuldigingen, waarvoor tal van ongelukkigen met

den dood gestraft werden.

Later echter ontwaakte de geest der kritiek, die langzamerhand de dwaasheid en ongerijmdheid van het duivelgeloof en het geloof aan duivelskunst aan het licht bracht. En, zooals het meestal gaat, tot het tegenovergestelde uiterste overslaande verwierp men nu alle tooverij als onzin en bijgeloof, en beschouwde van nu af de ,/toovenaars» voor goochelaars en bedriegers en de heksen voor arme aan hysterie en hallucinatie lijdende slachtoffers van het

bijgeloof.

Toch bleef de magie in stand, evenmin onderdrukt door het haar geheel negeerende ongeloof als door het haar vervolgende bij-

Sluiten