Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en te dwingen hem te dienen, maar ook op andere personen, op dieren, ja op levenlooze voorwerpen kan deze werking worden uitgeoefend. Vele .tooverijen», die ongeloofelijk schijnen, berusten op de magische werking van den wil. De wil toch is niet slechts een begrip, maar een reëele kracht; even reëel als de physieke spierkracht of de tluïdieke magnetische kracht. Behoort de spierkracht tot het gebied des lichaams, de magnetische tot het gebied der ziel, de wilskracht behoort geheel tot het gebied des geestes. Al moge het stelsel van Schopenhauer een dwaling zijn, toch is zijn idee van de Wil als de eigenlijke soevereine kracht in het heelal niet geheel onwaar. In zekeren zin kunnen wij God noemen: de opperste Wil, en Zijn kracht als wilskracht aanduiden. Wat Hij wil, geschiedt, eenvoudig doordat Hij het wil. Iets te willen is bij God iets te scheppen; de wilskracht Gods is een met Zijn scheppingskracht. Evenzoo is de wilskracht des inenschen een kracht welks werking onbeperkt schijnt. De macht van hervormers, veldoversten, redenaars en demagogen en van zoovelen, die met een ijzeren wil gewapend als rotsen pal stonden en als vorsten regeerden, vond en vindt zijn oorsprong in de wilskracht dier personen, waardoor schier niets hun onmogelijk was.

Naast de wilskracht moet de liefde genoemd worden als een geestelijk-magische kracht. Ook hiervan vinden wij de bewijzen bij het magnetisme, bepaaldelijk bij het genezend magnetisme; b.j het hypnotisme komt de liefde niet in aanmerking.

De liefde, waarmee de moeder haar teeder wicht bemint, of waarmee de eene mensch den ander aankleeft, heeft het karakter van sympathie^ van medegevoel in den letterlijken zin des woods, wanneer zij zich richt op een lijdende persoon De moeder voelt als 't ware Je pijn van haar teergeliefd kind; en dikwijls komt het voor, dat liefhebbende harten de smarten van een geliefden lijder in hun eigen lichaam meenen waar te nemen. Deze liefde maakt sensitief, gevoelig voor wat anderen gevoelen, ook naar den geest. Zij is de kracht, die den mensch leert zich te verblijden met

de blijden en te weenen met de weenenden.

Maar deze liefde, waardoor de ziel van den eenen mensch uit-

"YHeT^oord „sympathie" is afgeleid van de Gr. «oorden „sun", met, en „pathein" lijden.

Sluiten