Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»met innerlijke ontferming bewogen» werd, zoodra hij een lijder zag of er over las. Zijn gebed was een met aandrang, met wilskracht begeeren en vragen, en een met liefde en medelijden pleiten. En de verhooring stond iu verband met de werking dier magische zielskrachten. Hetzelfde geldt van de andere "genezers".

Toch is er in het gebed nog een ander element, dat het eigenlijk tot gebed maakt, namelijk het geloof, d. i. het vaste vertrouwen op de macht en den wil van God om te doen, wat men in het gebed begeert. De bidder legt als het ware beslag op Gods wondermacht voor een bepaald doel. Hij zegt als 't ware tot God: "Gebruik uw macht in dit bijzonder geval, voor dit bepaalde doel.» En al moge het nu vermetel schijnen van den mensch oin zoo tot God te komen, en al moge het Gode onwaardig schijnen zich zoo in Zijne daden door inenschelijke wenschen te laten leiden, toch is het feit niet te loochenen, en de voorbeelden zijn er in overvloed om te bewijzen, dat het gebed des geloofs een wondermacht uitoefent, en zooals Da Costa het uitdrukt, «hemelvuur inroept en afdwingt van boven."

Daarom zijn de verhalen van Elia, die in den letterlijken zin door zijn gebed het hemelvuur van den heinel inriep, en die droogte en regen op zijn gebed zag komen, niet zoo ongeloofelijk, als de moderne beschouwing der wonderen het voorstelt. Wanneer August Herman Franke op zijn gebed de gelden ziet toestroomen voor zijn weeshuis, wanneer zendelingen door huil gebed het schip, waarop zij varen, uit de hand van den zeeroover redden,1) wanneer Blumhardt e. a. op hun gebed ongeneeslijke kwalen zien verdwijnen, wanneer menig Christen het ervaart, hoe op het gebed dikwijls de weersgesteldheid verandert of ongedachte uitkomst opdaagt uit moeilijkheden, dan hebben wij geen recht ineer de bijbelsche verhalen van gebedsverhooringen als fabelen te verwerpen, maar moeten het erkennen, dat het gebed een magische, een bovennatuurlijke macht bezit, ook al begrijpen wij niet, op welke wijze deze macht werkt.

Voor wij afscheid nemen van de Magie moeten wij nog één verschijnsel beschouwen, dat nauw met de Magie verbonden is en

') Zie mijn gedicht „De redding der Brittannia" in mijn bundel „Voordrachteu", van der Hucht, Maassluis, 1895.

Sluiten