Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

MEDIUMNITEIT.

Wij zijn door ons onderzoek in de beide vorige hoofdstukken voorbereid voor wat nu onze aandacht vraagt, namelijk de zoogenaamde Mediumniteit.

Dit woord, afgeleid van het latijnsche woord «medium», dat '/midden», «middelding«, «bemiddelend iets» beteekent, en van het onzijdig geslacht is, is in de wetenschap bekend als een naam voor dingen, stoffen of krachten, die b.v een kracht van het eene voorwerp op het andere voorwerp overdragen, of in een anderen zin tot middelschakel, verbindingsmiddel dienen. Het is echter in de laatste vijftig jaren meer bekend geworden in eene geheel nieuwe beteekenis Sedert het optreden van het zoogenaamde amerikaansche Spiritualisme, waarover ik later moet spreken, heeft het woord «medium» de beteekenis verkregen van «bemiddelaar of bemiddelaarster» tusschen de wereld der stoflijke menschen en de wereld der ontlichaamde geesten. En »mediumniteit« is de naam van de eigenschap «medium« te zijn aan sommige menschen eigen, terwijl men de verschijnselen, waarin die mediumniteit aan het licht treedt, «mediamieke» verschijnselen noemt.') De mediumniteit wordt ook wel «mediumschap» genoemd, terwijl men meer gewoon is te spreken

') Het komt ons voor, dat het latijnsche taaleigen zich verzet tegen vormen als „mediummitïit" of „mediumiteit" en „mediumiiiische" of „mediumische" verschijnselen.

Sluiten