Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar is daarom dat leven vernietigd? Ts daaarom de mensch zelf

yerU,Ne°en! Want het leven was zijn leven; het werd beheerscht en geregeerd door den geest, den persoon, die zich van zijn bestaan bewust was, en die slechts tijdelijk stofdeeltjes in zijn organisme opnam om ze na verloop van tijd weder uit dat organisme te ver-

wiideren. •

M a w als wij sterven verliezen wij niets dan de stofdeeltjes,

Waaruit ons lichaam op dat moment bestaat. Al het overige, dat tot ons wezen behoort, blijft ongeschonden voortbestaan. He stervensproces, dat geheel stoffelijk is en alleen op de stof betrekking heeft, kan ook alleen op stoÜijk gebied ons iets ontnemen. Wii behouden dus: 1". het levend organisme; 2°. de 111 dat organisme zich bewust gevoelende ziel; 3". de onsterfelijke geest, in

verstand, wil en gemoed zich openbarende..

I)e vraa" doet zich hierbij echter voor, waaruit nu dat organisme bestaat, wanneer het de stof losgelaten heeft, waaarm het zich op aarde openbaarde. En het antwoord daarop moet zijn, dat het levensfluïde of de levensvloeistof, die als levenskracht het organisme doortintelt, zoolang dat zich in de stof openbaart, met de ziel de stof heeft losgelaten, doch in wezen gebleven is, en nu het omkleedsel, het lichaam van de ziel vormt. Dat leveusfluide w m deze stoffelijke wereld niet zicht- en tastbaar; het is m zijn aard "•eliiksoortig aan magnetisme en electriciteit. Maar het is in de wereld der geesten, — wij kunnen dat hier met nader aantoonen, doch komen er later op terug, - eene stof, die gezien en getast worden kan, en dus uitgebreidheid en gestalte heeft. Bij het sterven herstellen zich de moleculen van het levensfluïde in hunne oorspronkelijke verhoudingen, d. i. voegen zich weder bij een in de zelfde groepeering als in het stoflijke lichaam; en een gevolg daarvan is, dat uit het stervende lichaam het nieuwe, «geestelijke* d i uit levensfluïde bestaande, lichaam geboren wordt.

Zoo is het eenige verschil tusschen menschen en geesten, beter gezegd, tusschen menschen in het vleesch en menschen buiten het vleesch, Reïncarneerden en geëxcameerden, hierin gelegen, dat de eersten een lichaam bezitten, dat tot de grof-stoflelijke wereld hier op aarde behoort, en de anderen een lichaam, dat tot eene hoogere

Sluiten