Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riepen, zooals men meende, de geesten op. Als de kreten verstomden en het dier dood was, werd een tweede op de zelfde wijze behandeld; daarna een derde, vierde, vijfde; en zoo voort, nacht en dag, tot de offeraar uitgeput er bij neerviel. Dan verschenen de geesten ten slotte in de gestalte van zwarte katten, en mengden hun afgrijselijk geschreeuw met het schreeuwen der gemartelde en nog te martelen dieren. De offeraar, omgeven door zwarte schreeuwende katten, geraakte buiten zichzelven. Dan vroegen de geesten, wat hij verlangde. Hij droeg daarop zijne wenschen voor, die ingewilligd werden, waarop de «plechtigheid» van het Taigheirm of kattengeschreeuw eindigde.

Ook in de geschiedenis der heksen in latere eeuwen speelt de zwarte kater eeno groote rol; de geesten der germaansche heidenen waren toen echter door het Christendom tot «duivelen» gestempeld.

Het geloof aan geesten, dat in de germaansche landen bestond, behoefde door het Christendom niet te worden onderdrukt. Immers, het Christendom leerde ook, in navolging van het Jodendom, dat er goede en booze geesten, engelen en duivelen bestaan. Vooral het laatste soort werd nu verrijkt; want al de geesten der Germanen, Alfen, Trollen, Nikkers enz., werden nu voor //booze geesten», voor «duivelen// verklaard, en alle beoefening van geheime kunst, berustende op den invloed der geesten kwam nu onder den ban van //duivelskunst». De oude heidensche praktijken intusschen, ofschoon nu in den ban gedaan, leefden voort; en b v. het „Taigheirm//, waarvan ik hierboven sprak, bleef bestaan tot in de 17lle eeuw. Doch de kerk en de geestelijkheid stonden tegenover dat alles, en veroordeelden al het geheimzinnige, zelfs het genezen van zieken, indien het namelijk voorkwam in profanen kring, d. i. buiten de geestelijkheid om. Daar reeds in de oude Christentijd het de gewoonte was, dat de doopeling bij den doop »den dienst des duivels afzwoer», en alles wat tot het geheimzinnige gebied behoorde voor duivelswerk gold, werden b,v. tal van clairvoyanten, alleen omdat zij die //gave//, huns ondanks, bezaten, als heksen of toovenaars veroordeeld en wreed ter dood gebracht. Het was niet de vraag, of de geheimzinnige verschijnselen heilzaam of verderfelijk waren, of zij opzettelijk opgewekt, of ook van nature aangeboren

Sluiten