Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijn boek »de betooverde werelt». waarin hij de dwaasheden en gruwelen van liet. duivelengeloof en de vervolging van heksen en toovenaars aan de kaak stelde. Dit deed velen de oogen opengaan ; twijfel ontstond aan de werkelijkheid van die duivelskunst, bn toen later het vernieuwd natuuronderzoek de nevelen van bijgeloof verdreef, kwam er een sterke strooming op, die zich aan de spokenen dnivelenvrees ontworstelde en het oude duivelengeloof als dwaasheid en bijgeloof ter zijde zette.

Intusschen bleef men niet staan bij de verwerping van het geloof aan tooverij en duivelskunst, maar kwam er toe alles prijs te geven, wat slechts op «bovennatuurlijke'/, geheimzinnige krachten wees. Geen duivelen, geen engelen meer! Geen «wonderen# of tooverij; geen geheimzinnige krachten of gaven! Alles bijgeloof en inbeelding! Duivelen, zoo heette het nu, waren slechts personificaties van booze hartstochten of ziekten. Engelen waren dichterlijke scheppingen En wat «geesten van afgestorvenen» betreft, voor zooverre men nog aan hun bestaan geloofde, meende men toch, dat zij in den hemel of in de hel vertoefden, en niet naar do aarde konden terugkeeren.

Wel waren er menschen, die in vollen ernst aan «geestverschijningen» geloofden, en die ook velerlei toestanden der zoogenaamde «krankzinnigen» aan den invloed van «onreine geesten» toeschreven, maar de «wetenschappelijke wereld» trok zich hiervan weinig aan, en haalde de schouders op over die achterlijke lieden. Getuigden mannen als Swedenborg. Oberlin, Jung Stilling, Justinus Kerner, en anderen ook van een geestenwereld, zij werden genegeerd en behandeld als personen, die buiten den kring der eigenlijke «wetenschap» stonden.

Intusschen, wanneer iets werkelijk bestaat, baat de ontkenning er van al zeer weinig. Vroeg of laat handhaaft zich de werkelijkheid der dingen, en moet zelfs de meest twijfelzieke ten slotte buigen voor die werkelijkheid. De wereld der geesten, eerst, door de heidenen, als een godenwereld vereerd, later door de christenen, als een spokenwereld gevreesd, eindelijk, door de nieuwere «wetenschap», als een fantasiewereld geloochend, heeft ten slotte in de tweede helft der 19Je eeuw zich zei ven geopenbaard om eindelijk gekend te worden alt wat zij is, een inenscheuwereld.

t

Sluiten