Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korten tijd in alle landen en allerlei kringen zooveel geroutineerde bedriegers zouden opstaan om menschen, waaronder dikwijls hunne uaaste bloedverwanten, te bedriegen met goochelkunstjes, die, zoo zij werkelijk goochelkunstjes waren, een groote bekwaamheid op 't gebied der goochelkunst noodzakelijk maken. En dan bedenke men daarbij, dat de meeste mediums zelf eerst buiten de zaak stonden en ze zelf soms ook voor bedrog of inbeelding gehouden hadden. Moet dus de opvatting als zouden de manifestatiën vrucht zijn van listig bedrog worden buitengesloten, even onzinnig en onhoudbaar is de meening, dat inbeelding en begoocheling der zinnen de oorzaak zijn kan. Wel kan één persoon zich verbeelden iets te zien en te hooren; doch wanneer ook andereu gelijktijdig en onafhankelijk van den eersten hetzelfde zien of hooren, dan ligt 't toch voor de hand aan de realiteit van het gehoorde en geziene te gelooren. En wanneer er stoflijke sporen overblijven van 't geen men zag en hoorde, dan is er materieel bewijs, dat meu niet slechts zich verbeeldde iets te zien of te hooren, maar dat er werkelijk iets is gehoord of gezien.

En dat inderdaad «geesten,» verstandige, redelijke, denkende personen, die echter niet op de gewone stoffelijke wijze gehoord en gezien kunnen worden, de verschillende verschijuselen veroorzaken, bekend ouder den naam mediamieke verschijuselen, en dat hun invloed ook aangenomen worden moet tot verklaring van spookverhalen, en van zeer veel, dat behoort tot de tooverij of magie, dat zij eigenlijk steeds invloed hebben uitgeoefend eu nog steeds uitoefenen op de menschenwereld eu vele geheimziuuige verschijnselen aan hun invloed moeten worden toegeschreven, het is voor een ernstig onderzoeker van het Spiritualisme en zijne verschijnselen spoedig boven allen twijfel verheven. De geesten bestaan, werken, manifesteeren zich; dat is een vaststaand feit, wel geloochend en bespot door den Materialist, maar door onmiskenbare feiten altijd meer overtuigend bewezen.

De vraag is echter: wat voor wezens zijn die geesten? Is het een soort wezens, van ons menschen evenzeer onderscheiden als wij b.v. ons van de dieren onderscheiden ? Zouden wij moeten aannemen, dat de trap der levende wezens in den mensch niet het hoogtepunt bereikt, maar dat boven den mensch die intelligenties staan, die

Sluiten