Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Integendeel, juist de edelste geesten zijn echt menschelijk,en herinneren san die reine, edele harten, die men op aarde ook nu en dan aantreft.

Alles pleit er dus voor de geesten te houden voor wat zij zelf beweren te zijn: menschen, die het stoffelijk kleed hebben afgelegd, doch die in alle opzichten het menschelijk karakter behouden hebben. M. a. w. onze bloedverwanten en vrienden, die ons voorgingen naar het generzijds en van de overzijde ons toe komen roepen, dat zij leven en ous nog liefhebben, en ons eens zullen ontvangen als ook wij «geesten» worden, als ook wij de stoflijke met de geestelijke wereld verwisselen.

Is het dus uitgemaakt, dat de zich manifesteerende geesten menschen zijn, van gelijke beweging als wij, menschen, onderling evenzeer verschillend in aard en toestand, als de menschen hier op aarde dat zijn, dan ligt de vraag voor de hand: Is het goed, is hef geoorloofd om met die geesten omgang te zoeken? Moet niet de scheiding, door God daargesteld tusschen de menschenwereld en de geestenwereld, gehandhaafd worden, zoodat elke omgang een overtreden geacht moet worden van de door God zelf gestelde - wetten?

Er bestaat hierover drieërlei opvatting. De eerste is die, waarbij absoluut afgekeurd wordt elke aanraking tusschen menschen en geesten. Gaat deze uit van de menschen, b.v. door het houden van séances of het op andere wijze opwekken van de mediumniteit, dan acht men dit, aan de hand van Deuteronomium 18 vers 10 tot 12, een «heidensche gruwel», door God aan Israël, en ook aan ons verboden. Gaat omgekeerd de aanraking van menschen en geesten uit van de gi«sten, zooals bij spokerij, bezetenheid, clairvoyance en vele andere zoogenaamd spontane uitingen van het mediumschap, dan acht men dit eene bezoeking, die door gebed overwonnen moet worden. Volgens deze opvatting moet men de geesten geen kwartier geven, en hen in den naam van Jezus Christus uitdrijven; of als dat niet gelukt, liever hen ontvluchten, dan zich met hen in gemeenschap stellen.

De tweede opvatting staat hier lijnrecht tegenover. Volgens deze is het niet alleen geoorloofd, maar zeer goed en nuttig wanneer zij, die het stoffelijk lichaam afgelegd hebben zich met hen, die nog in het stoffelijk lichaam zijn, in gemeenschap stellen. Voor de

Sluiten