Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geesten is het goed, omdat zij daardoor nog leeren kunnen, omdat zij boodschappen kunnen overbrengen, en groeten geven aan die zij liefhebben, en omdat zij de menschen in vele dingen kunnen raden en leiden. En voor de menschen is het goed, omdat zij er door leeren, dat de dood geen einde maakt aan hun bestaan, en eenig begrip verkrijgen kunnen van wat hen wacht na het sterven. De omgang met geesten moet, volgens deze opvatting, aangekweekt worden, en 't houden van séances benevens de ontwikkeling van den mediamieken aanleg moet als goed en nuttig beschouwd worden.

De derde opvatting staat tusschen deze beide opvattingen in. Het is die opvatting, waarbij men de spontane manifestaties waardeert, maar de om zoo te zeggen kunstmatige afkeurt. Als geesten tot de menschen komen, ongezocht, welnu, laat men naar hen luisteren; als onverwacht geestelijke gaven zich openbaren, laat men het waardeeren; doch alles wat het uitlokt, opwekt, regelt, beschouwt men als verkeerd, en door Deut. IS vers 10—12 veroordeeld

Het komt mij voor, dat bij al deze drie opvattingen waarheid en dwaling vereenigd zijn.

Er is eenige waarheid in de eerste opvatting. Vele rampzaligen of boosaardige geesten doen slechts kwaad aan de mediums, door of aan wie zij zich manifesteereu. Eeu geregelde omgang tusschen menschen en geesten, ook reine, edele geesten, kan ook niet naar Gods bedoeling zijn; de menschen- en de geestenwereld zijn van elkander te veel onderscheiden dan dat een geregeld verkeer tusschen menschen en geesten goed zou zijn. Het zou ons ongeschikt maken voor het aardsche leven en trekt allicht de geesten neer in het aardsche.

Maar er is ook groote onwaarheid in de eerste opvatting. Het mediuinschap is niet voor niet door God in de menschelijke natuur gelegd. Het kan Gods bedoeling niet zijn, dat die eigenschap vruchteloos en renteloos blijft, en slechts een gevaar zou opleveren.

En als wij letten op de verschillende hoogere vormen van die eigenschap, op de zienersgave, op de inspiratie, op de gave van genezing, enz. en tevens in aanmerking nemen, hoe dikwijls er troost is gevloeid in bedroefde harten, doordat het gordijn, waarachter hunne geliefden waren verdwenen, voor een oogenblik werd opgelicht, dan gaat 't niet aan alle gemeenschap tusschen menschen en geesten te veroordeelen.

Sluiten