Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar toch, ook in dit leven handhaaft het N. T. ïulk een

onderscheid; en toch weten wij, dat er een duizendvoudige verscheidenheid is wat den geestelijken toestand des menschen betreft. Zoo nu ook kan er wel aan de overzij een grenslijn zijn tusschen zaligen en rampzaligen, terwijl nochtans de toestanden aan beide zijden van die grenslijn zeer verschillend zijn.

De scherpe onderscheiding van een hoog hemelsch rein en zalig zijn, en een diep in den afgrond vernederd rampzalig zijn, vereenisrd met de gedachte, dat alle zaligen en alle rampzaligen in toestand aan elkaar gelijk zijn, dat er geen onderscheid of graad van zaligheid en rampzaligheid is, geeft aanleiding tot de meest

absurde opvattingen.

Daar sterft b v. een groot booswicht. Hij gaat naar de hel. Doch er sterft ook een goed, rechtschapen, maar onbekeerd mensch, deze gaat ook naar de hel. En beiden denkt men zich in den zelfden poel van vuur en sulfer; de booswicht wordt niet langer of zwaarder gestraft voor zijne boosheid dan de brave onbekeerde. De laatste moet, zoo meent men, ondanks zijne rechtschapenheid, evengoed als de eerste tot in der eeuwen eeuwigheden gemarteld worden en «tandenknersend. Of wel, daar sterft een geheiligd Christen; een mensch, die zijn leven voor anderen heeft gegeven, die door uitstekende vroomheid en heiliging uitmuntte en voor duizenden teu zegen was. Hij gaat naar den hemel. Doch daar sterft ook een pas van den weg der goddeloosheid bekeerde, die ter elfder ure berouw kreeg en »den naam des Heeren aanriep». Ondanks al zijne goddeloosheid en 't vele kwaad, dat hij gedaan heeft, zal hij zalig worden, zal hij «juichen voor den troon». De vrome godvruchtige Christen zal niet meer ontvangen, naar men meent, dan de pas bekeerde goddelooze. Beide worden zalig, en het lange leven van godsvrucht, het vele goed, dat de eerste in zijn leven deed, brengen hem geen voordeel aan boven den tweeden, wien zijue goddeloosheid niet belet door een sterfbedberouw den hemel te verwerven.

Is het niet duidelijk, dat zulk eene voorstelling absurd ia? Is het niet duidelijk, dat er verschil moet zijn zoowel in rampzaligheid

als in zaligheid?

Nog erger. Twee kinderen sterven. Het eene is t kind van «geloovige» ouders, en gaat dus, krachtens het genadeverbond des

Sluiten