Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemel, de engelen, blijken te ziju: onze zalige vooruitgereisde vrienden. Hetzij zij komen om boodschappen over te brengen, ons te raden, hetzij zij ons als onze beschermengelen voortdurend bewaken en beschermen, het zijn »engelen» in den vollen zin des woords, en wat in den bijbel van deze gezegd wordt is toepasselijk op hen, en tevens zijn het zalige menschen, die. juist door dat zij eens zelf hier op aarde gewoond hebben, ook belangstellen in het lot der aardbewoners.

Wat de woningen van engelen en duivelen betreft, het is ongetwijfeld waar, dat eene ontelbare menigte gezaligde engelen in de woningen des lichts God loven met hemelsch lofgezang; en dat er afgronden der duisternis zijn, waar duivelsche geesten samenrotten, en plannen smeden die 't verderf des menschen bedoelen, is ook niet in strijd met wat door het Spiritualisme aan het licht treedt. Doch evenmin als de duivelen altijd in den afgrond der hel vertoeven, maar ook hier onder de menschen rondwaren, zoo ook zijn de engelen niet altijddurend bezig met 't zingen van lofliederen.

Engelen eu zaligen, duivelen en rampzaligen, te zamen als »geesten* onderscheiden van de menschen, zijn dus van ons aardbewoners alleen onderscheiden wat hun toestand en den graad hunner reinheid en onreinheid betreft. Overigens zijn zij menschen, onze gelukkige of ongelukkige broeders en zusters.

Sluiten