Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inderdaad «tandgekners en geween* is, en de knagende worin van het zelfverwijt of het brandende vuur der voortwoedende hartstochten de zielen pijnigt, maar waarheen ook vriendelijke engelen afdalen om te redden en te behouden wie boetvaardig zijne zonden belijdt. Geen hopelooze hel dus met pijnigende duivelen, maar rampzaligheid als gevolg van eigen zonde, zóó erg en zóó lang, als men het zichzelf heeft bereid.

Het leert ons verder, dat er sfeeren van loutering zijn, waaide hoetvaardigen door oprecht berouw en een pogen om het verrichte kwaad te herstellen, geholpen door vriendelijke engelen, kunnen worden gereinigd en gevormd voor de volle zaligheid. Wel een vagevuur dus, in deu zin van een louteringstoestaud; maar niet op de wijze als de katholieke kerk dat leert.

Het leert ons eindelijk, dat er oorden of sfeeren van volmaakt geluk, volmaakte reinheid bestaan, waar het kwaad, de zonde is buitengesloten, en ook geen spoor van lijden meer is. Het leert ous die oorden ons te denken als een land (ol landen) met heuvelen en dalen, bergen, bosschen en rivieren, steden, en buitenverblijven; het leert ons het leven in dat Zomerland kennen als een gezellig, gelukkig en werkzaam leven, waar niemand ledig is, en elk streeft naar nog meerdere toename in wijsheid, liefde en heiligheid. Wel een hemel dus, maar niet de. hemel der orthodoxie, hermetisch afgesloten voor ieder, die niet tot het bepaalde getal uitverkorenen behoort, maar een vaderland aller zielen, waarheen allen op reis zijn, en waar allen eens samenkomen, gered uit de duisternis door de goddelijke liefde.

Wat de rampzaligheid na het sterven betreft, vele irienscien zijn gewoon geworden om, de ongerijmdheid inziende van de leer der hel, zooals die in de orthodoxe dogmatiek voorkomt, 1111 ook het geloof aan rampzaligheid, aan vreeselijke vergelding der zonde, geheel als verouderde dwaling op zij te zetten. Als de prediker des evangelies waarschuwt voor het «verloren gaan*, voor «het toekomend oordeel», en wat dies meer zij, dan trekken velen ongeloovig de schouders op. Zij beschouwen die hel met haar brandend vuur en kwellende duivelen als vruchten der verbeelding, door de predikers gebruikt om de menschen bang te maken en aan zich te onderwerpen. En zonder vrees gaan zij deu dood tegen,

Sluiten