Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keil tweede vorm van vergelding, van rampzaligheid is de herhaling der misdaden, die men bedreven, van het zondige lenen, dat men geleid heeft. Die feiten hebben zich als 't ware vastgezet in de voorstelling, zoozeer, dat alle andere dingen er bij op den achtergrond treden. Zoodra nu de geest van zijn lichaam gescheiden is, treden deze herinneringsbeelden zóó levendig op den voorgrond, dat de ongelukkige misdadiger als met magnetische koorden getrokken wordt naar de plaats van zijn misdrijf of wangedrag, en, tengevolge van de vormende kracht des geestes, zijne daden herhaalt, en weer herhaalt, als in onvermijdelijken kringloop. Hieruit laat zich o. a. het spoken van zulke geesten in gebouwen of op de plaatsen van hun misdaad verklaren. Het is duidelijk welk een marteling dat altijd weer herhalen van het kwaad voor die schuldigen worden moet. Zij zijn '/geesten in de gevangenis» en hunkeren naar verlossing, die all'-en tot stand kan komen door waarachtig berouw en oprechte boete.

Ken derde vorm van vergelding der zonde is de duisternis en de eenzaamheid. De onreine uitstraling van een verontreinigde ziel omringt den afgestorvene als een zwarte nevel, die voor hem een stikdonkere nacht veroorzaakt, of althans een schemer, die hem belet de wereld der geesten, waarin hij gekomen is duidelijk te onderscheiden. Door die duisternis is hij geheel afgezonderd, eenzaam en verlaten. Het is hem, alsof hij op een dorre, eenzame vlakte zwerft, of aan een onherbergzaam eenzaam strand zich bevindt. Eu in den donkeren nacht rondom hem verschijnen hem allerlei schrikbeelden, die hem tot angst en vertwijfeling brengen. Het zijn de beelden zijner ziel, doch zij zijn even reëel voor hein als de halucinatiën van den aan delirium lijdende dit voor dien leider zijn. Ook symbolizeert zich de inwendige toestand zijns geestes soms in schijnbare realiteiten rondom hem. Zoo is de zelfzuchtige in kerkermuren opgesloten; de hardvochtige ziet hooge rotswanden om zich heen; de wellusteling zinkt weg in een stinkend moeras; de gierigaard ziet niets dan goud oin zich heen, enz. enz.

Zoodra zulke geesten toe berouw en boete komen, verdwijnen al die schrikbeelden. De donkere nevel verdwijnt en zij aanschouwen het land der geesten, waarheen zij overgebracht zijn, doch waarvan zij niets konden waarnemen door de duisternis, die hen omgaf.

Sluiten