Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[« het algemeen zien we in den loop der geschiedenis het duidelijk, dat *de hel* of »het rijk der duisternis» steeds poogt afbreuk te doen aan //den hemel» of »het rijk Gods». Alle hervormers en profeten waren het zich bewust,'dat zij -den strijd hadden tegen de geestelijke boosheden,// en ook in onzen tijd zien wij duidelijk het planmatig en met overleg optreden van de helsche machten om het werk Gods te verstoren.

Wat de toekomst van deze geesten betreft, wij kunnen niet anders gelooven, dan dat //het rijk der duisternis» er eenmaal .niet meer wezen zal»; niet alleen in dien zin, dat de duivelen gebonden zullen worden, dan toch zijn zij er nog wel; noch ook iu dien zin, dat z.j vernietigd zullen worden, want eene vernietiging van onsterfelijke wezens is ten hoogste onwaarschijnlijk, wordt nergens in de Schrift geleerd, en ook door het Spiritualisme niet bevestigd; maar in dezen zin, dat dat rijk ontvolkt wordt, doordat de geesten, waaruit het bestaat, de een voor, de ander na, tot berouw e„ inkeer komen, en,

verlost uit de duisternis, eindelijk ook komen in het rijk des lichts. J

Dat er veel, ontzaglijk veel noo.lig zal zijn om sommige verharde duivelen, die eeuwen lang hun helsche rol op aarde gespeeld, en duizenden ter verderve gevoerd hebben, tot boete en inkeer te brengen, is zeker. Maar zou iets voor God onmogelijk zijn? Zou e eeuwige liefde niet eindelijk zegevieren over eiken tegenstand?

Ja, God zij lof! Eens komt het uur,

Dat 't hardste hart zal breken,

En, zij 't na langen, langen duur,

God om gena zal smeeken.

En nauw'lijks stijgt uit 't bitter leed 't Berouw tot 's hemels zalen,

Of heilige eng'len staan gereed Om tot hem neer te dalen.

Van blijde lied'ren tot Gods eer Doen zij de heem'len schallen;

„De gapende afgrond is niet meer De kloof is weggevallen*.

Sluiten