Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gereinigde zielen opnemen, die de loutering (hetzij hier op aarde, hetzij in de sfeeren) hebben doorgemaakt, zoo nemen de louteringsfeeren voortdurend de boetvaardige zielen op, die hetzij hier op aarde, b. v. bij het sterven, hetzij in de plaatsen der duisternis, tot boete en berouw over hunne zonden zijn gekomen.

Niemand wordt gekroond met de kroon van heiligheid en zaligheid, niemand zal den hemel binnengaan, die niet wettig heeft gestreden, die niet waarlijk gereinigd en verlost is. Maar ook voor niemand is de weg naar den hemel, de weg van boete, bekeering, en loutering, afgesloten, zelfs niet voor de meest verharde duivelsche geest. Ln voor allen breekt vroeg of laat het oogenblik aan, dat het werk der loutering aanvangt, later gevolgd door het oogenblik, waarop die loutering voltooid is, en de zaligheid der ziele ten deel valt.

Boven de sfeer der loutering bevinden zich de sfeeren der zaligheid, gewoonlijk genoemd het Zomerland.

Het gaat niet aan ons in bijzonderheden eene heldere voorstelling te maken van de toestanden in dat land van licht en leven, in de hemelsche gewesten. Maar toch danken wij aan het Spiritualisme veel kennis over den aard van dat land en van liet leven daar, die ten deele de algemeen heerschende begrippen over den hemel bevestigt en verheldert, ten deele ze weerspreekt en als onjuist in het. licht doet treden.

Wanneer men gelooft, dat in den hemel geen lijden, geen tranen, geen zorgen meer zijn, dat daar een stoorloos geluk wordt genoten, dat daar de last den pelgrim van de schouders genomen wordt, dat daar het levensscheepje in veilige haven aanlandt, en wat dies meer zij, dan wordt dit geloof bevestigd door wat door het Spiritualisme aangaande het Zomerland aan het licht treedt. Inderdaad, in het land der zaligen is geen lijden, ziekte of dood meer; daar is een volmaakt geluk, door geen enkelen wanklauk gestoord. Maar wanneer men meent, dat dat geluk zal bestaan in een tot in der eeuwen eeuwigheden juichen voor den troon van God, dat men niets anders zal doen en willen doen, dan God en den Heiland lofliederen zingen «op gouden harpen// dan werpen de onthullingen van het Spiritualisme dergelijke voorstelling omver als ten eenenmale onjuist.

Ook is de voorstelling van een «juichen voor den troou» in

Sluiten