Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien zin onjuist, dat men zich de zaligen denkt zwevende in groote lichtkringen in eene lichtzee, rondom een middelpunt of troon, ergens in de oneindige ruimte. De manifestaties uit het Zomerland spreken zeer beslist van een land., met hoornen en bloemen, velden en weiden, bergen en dalen en rivieren met huizen, in het veld, en in steden bijeen. Zij wijzen er duidelijk op, dat de zaligen niet in de ruimte zweven, maar een land bewonen, wel ondenkbaar heerlijker en schooner dan het schoonste land der aarde, maar toch een land; en alzoo beantwoordende aan den toestand en de behoeften van aardbewoners, die, ook al zijn zij geheiligd en gereinigd, daaiom nog niet de behoefte verloren hebben aan het echt tnentchelijke, aan bezigheid, beweging, gezelligheid, schoone vormen en kleuren.

l)e bewoners van het Zomerland zeggen ons ook, dat er verschillende s fee ren zijn, de een heerlijker en reiner en schooner dan de andere, waarvan de laagste sfeer, de eerste, die op de louteringssfeer volgt, liet meest in zijne vormen overeenkomt met aardsche toestanden; terwijl de hoogere sfeeren voor ons geheel onbekend blijven, daar men uit die sfeeren niet meer tot de aarde afdaalt. Wij ontvangen dan ook de meeste berichten uit het Zomerland van bewoners der eerste zalige sfeer; eene enkele maal komen ook bewoners der tweede zalige sfeer; doch uit de derde en volgende sfeeren komen geen boodschappen meer hier beneden. Wie zal zeggen, of de heerlijkheid dier sfeeren niet even ver verheven is boven de heerlijkheid der eerste zalige sfeer als deze laatste verheven is boven deze aarde?

Wat de bezigheid der zaligen betreft, veel daarvan is ons nog onverstaanbaar, en kan ons niet duidelijk gemaakt worden; maar veel er van ook is ons bekend geworden. Allereerst heeft men er het werk der beschermengelen, die, ofschoon bewoners van het Zomerland, en van tijd tot tijd er heen terugkeeerende, toch hier beneden de taak te vervullen hebben van het bewaken, leiden en leeren van een sterveling.

Verder heeft men er het werk der redding van de ongelukkige bewoners der donkere sfeeren en uit den Jlades. Engelen, door God daartoe aangegord met bijzondere kracht, en als 't ware omkleed met een kleed, waardoor zij de onreinheid dier lagere sfeeren verdragen kunnen, dalen neer in de afgronden der duisternis, oin

Sluiten