Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIz.

Strafrechtspleging, 31. — Bij de Franken, 32. — Naar het kanonieke recht, 33. — Latere rechtsonzekerheid, 34. — Militaire rechtspleging bestaat in 't begin niet, tijdens de kruistochten wel, 34. — In Zwitserland geen militaire rechter, 35.

§ 5. De tijd der staande huurlegers 36

Algemeen karakter der legers, 36. — Legervorming in Frankrijk, 38. — Idem in Duitschland, 39. — Idem in ons land, 41. — Strafrechtsplcging in Frankrijk, 43.— Idem in Duitschland, 45.—

Idem in ons land, 46. — Militaire rechtspleging in Frankrijk, 47.—

Idem van de vreemde troepen in Franschen dienst, 49. —Idem in Duitschland, 50. — Idem in ons land, 53. — Strijd over de competentie van den militairen rechter ten onzent, 53. — Feitelijke bevoegdheid, 56.

§ 6. Onze tijd 58

Algemeen karakter der hedendaagsche legers, 58. — Legervorming in ons land in 1814, 59. — Algemeen karakter der strafrechtspleging, 59. — Militaire rechtspleging in Frankrijk, hare ontwikkeling na de Fransche Revolutie, 59. — Redenen voor het bestaan eener militaire jurisdictie aangevoerd, 62. — Meening van den wetgever van 1857, 64. — Idem van de stellers van het ontwerp van 1902, 64. — Militaire rechtspleging in Duitschland, 66. — De Pruisische Militarstrafgerichtsordnung van 3 April 1845, 66. — Het Beiersche wetboek van 1869, 67. — Waarom een nieuw wetboek verlangd, 69. — Geen regeling aan moderne eischen beantwoordende, 70.— Redenen daarvoor, 71. — Militaire rechtspleging in ons land, 72. — Behoefte aan een militair wetboek in 1813,73. — Benoeming van een commissie tot samenstelling ervan, 79. — Regeling van de competentie van den militairen rechter in het ontwerp van 1807, 75. — Invloed van het ontwerp van 1807 op dat van 1814,77.— Gronden, waarop het stelsel van ons wetboek berust, 78. — In 1814 kon men niet aan afschaffing van den militairen rechter denken, 80. — Behoefte aan herziening van het wetboek, 81. — Vooruitzichten dienaangaande, 81. — Oordeel van de Nederlandsche Juristen-Vcreeniging over 't bestaan eener militaire jurisdictie, 82. — De vroegere redenen voor het bestaan gelden niet meer, 84.

TWEEDE A.FDEELING.

§ 1. Inleiding 84

Belang van een goed strafproces, 84. — Stelsels, hoofdzakelijk twee, 85. — Voor- en nadeelen van het inquisitoire proces, 85.—

Sluiten