Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden gelaten wordt. Men zal de quaestie onder de oogen moeten zien en zoowel over de al of niet afschaffing van de militaire rechtsmacht als - mocht tot niet-afschaffing worden besloten over de meerdere of mindere uitgebreidheid van de competentie van den militairen rechter moeten beslissen. Van de eerste beslissing hangt het af of men het militair procesrecht nog zal moeten ter hand nemen, terwijl de laatste beslissing een zeei „ïooten invloed op die herziening zal hebben. Terecht sprak de Heer Van der Hoeven in de zooeven genoemde Memorie van toelichting van „eene van de meest fundamenteele quaestiên".

Ook in üuitschland kwam bij de totstandkoming der Militarstrafgerichtsordnung vom 1 Dezember 1898 deze vraag ter sprake, doch zoowel omtrent de afschaffing van de militaire rechtsmacht als omtrent de beperking van de competentie van den militairen rechter tot de militaire misdrijven werd door de Regeering verklaard, dat de behandeling tot niets leiden kon, daar zelts eene beslissing ten gunste van eene beperkte competentie de geheele herziening van het militair procesrecht in gevaar zou brengen. Een desbetreffend voorstel in de Rijksdagcommissie werd daarop verworpen.

Of onze Regeering te zijner tijd eene dergelijke houding za aannemen, weet ik niet, maar dat onze volksvertegenwoordiging < e belangrijkste vraag aangaande de militaire rechtsmacht ter zijl e laten zal en kan, meen ik te moeten betwijfelen. De Duitsche Regeering verklaarde rondweg in de Begründung des Lntwnrfs, dat „im Grossen und Ganzen die Bestimmungen der preussischen Militürstrafgerichtsordnung beibehalten" waren ter wille van „militarischen Interessen". In ons land spelen militaire belangen een minderen rol, zoodat eene militaire rechtsmacht deswege met voetstoots zal gehandhaafd worden.

Het ligt in mijne bedoeling in de volgende bladzijden na te gaan, in hoeverre eene afzonderlijke rechtspraak voor militairen noodzakelijk of gewenscht is. .

Daarvoor dient te worden onderzocht, of er steeds een militaire

rechter is geweest en zoo ja, om welke redenen, — met alleen, omda de voorstanders van eene militaire jurisdictie zich erop beroepen dat er altijd een militaire rechter is geweest, als ook omdat de huidige toestand een historisch gewordene is, zoodat bet woont

Sluiten