Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenen of anderen grond berust, is de bevoegdheid van den militairen rechter verschillend. Wanneer de competentie van den gewonen rechter territoriaal begrensd is of zich alleen over hen, die het burgerrecht bezitten, uitstrekt en hierop het bestaan van den militairen rechter berust, is er geen enkele reden, waarom de militaire rechter wel over crimineele en niet over civiele zaken mag oordeelen. Zoowel voor de toepassing van het strafrecht als voor het burgerlijk recht wordt juridische kennis vereischt, terwijl in niet weinig gevallen eene zoodanige connexiteit tusschen deze beide deelen der rechtswetenschap bestaat, dat kennis van het poenale recht alleen niet voldoende is. Ten onrechte wordt wel eens beweerd, dat het voor den strafrechter minder op rechtskennis aankomt. Daarentegen moet men de exceptioneele rechtspraak niet verder uitbreiden, dan noodig is, zoodat, wanneer bijvoorbeeld geen ander motief bestaat of wordt aangevoerd dan dat het militaire strafrecht het complement van het disciplinaire recht is, men de bevoegdheid van den militairen rechter tot het strafrecht moet beperken. Ik zal met een enkel woord meedeelen hoever zich deze competentie uitstrekt.

Eveneens zal ik voor zoover noodig kortelings op de organisatie en wijze van procedeeren wijzen.

Het zal met het oog op den omvang van dezen arbeid niet mogelijk zijn eene volledige geschiedenis van het militair strafproces te schrijven. Ik kan niet meer dan enkele tijdvakken bespreken en deze tijdvakken kunnen niet scherp begrensd worden, maar kenmerken zich door een type van legervorming en rechtswezen, doch ook dan nog moet ik mij grenzen stellen, hetgeen niet alleen het gevolg van den omvang van dit werk, maar evenzeer van het doel dezer afdeeling is. Het spreekt toch van zelf, dat hoe groot de historische waarde van een volledig onderzoek ook zoude zijn, eene studie als deze meer gericht moet zijn op de vraag, waarom hebben wij nu een militairen rechter en moet deze blijven bestaan, zelfs wanneer hij in juridischen zin te kort schiet in zijne taak. Daarbij neemt de vraag, of er altijd eene afzonderlijke rechtspraak voor militairen is geweest en waarom, eene secondaire plaats in. Toch heeft zij voor mij niet enkel historisch belang, daar de voorstanders van eene militaire jurisdictie zich meermalen uitlaten, dat deze altijd

Sluiten