Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen door geld en straffen bijeengehouden en tot den strijd verplicht. Zij kenden geen vaderlandsliefde; waren niet bang hunne burgen-echten te verliezen, want zij hadden ze niet; en waren niet, als de jonge Atheners eertijds, door een eed gebonden. Geld en straf waren hunne prikkels en het is niet te verwonderen, dat de gewone strafrechtspleging niet meer voldoende was om deze beroepssoldaten, het schuim der bewoners, in bedwang te houden ').

Aangaande de strafrechtspleging in Sparta weten wij weinig, van die der overige staatjes, behalve van Athene, zoo goed als niets. De klachten werden in Sparta bij de Ephoren als voorzitters van den Raad der Ouden ingediend en zoo zij tot een staatsproces aanleiding gaven, door den Raad der Ouden onder leiding van de Ephoren behandeld en met de doodstraf, verbanning, atimie of eene geldboete, indien de beklaagde schuldig was, afgedaan. Mindere vergrijpen handelden de Ephoren alleen af.

In Athene 2) heeft Solon de rechtspraak geregeld en de rechtsmacht tusschen de magistraten en het volk verdeeld. De ambtenaar had het recht van kleine straffen pp te leggen — 's*; ènip'Matv — en bovendien in vele rechtbanken ex ofïicio het voorzitterschap, daar men van meening was, dat hij juist de man was, die met kennis van zaken het proces zou leiden en de vereeniging van bestuurs- en rechterlijke functiën eene krachtige vervolging en eene snelle beslissing zou waarborgen. Hij leidde het vooronderzoek en bracht de zaak daarna voor de rechtbank, waarin burgers zitting hadden. Deelneming in de rechtspraak behoorde in Athene evengoed tot de burgerrechten als deelneming aan de volksvergadering.

Er werd alleen op klachte vervolgd. Bij privaatklachten kon slechts eene geldboete opgelegd worden, bij publieke klachten ook lijfstraffen o. a. de doodstraf, verlies der vrijheid (alleen voor vreemdelingen), verbanning en atimie, waarmee dikwijls confiscatie van het vermogen gepaard ging.

In Sparta bestond, hoewel het niet met zekerheid bekend is, geen afzonderlijke militaire rechtspleging. De gelieele staat was

') Zie hierover meer bij Böokh, t. a. p. I 300—390. Rüstow und Köchly, t. a. p. 1)1/. 99—100 en Gilbert, t. a. p. blz. 302.

-) Zie hierover Platner, Der Process bei den Attikern; Meier und Schömanst, Der Attische Process, Neu bearbcitet von Lipsius, Berlin 1883—1887; Gilbert, t. a. p.

Sluiten