Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des professions, devint un métier, un métier dont il fut naturel de chercher a tirer tout le parti possible en 1' exercant le plus comniodément possible" 3). En hoe kreeg men deze beroepssoldaten? De werving vond voornamelijk plaats onder voerlieden, kroeghouders en -loopers, bedelaars, kerrnislieden en dergelijken. Marcus Aurelius zette de poorten der gevangenis open, zijne opvolgers namen bandieten en roovers in dienst en Stilico, voogd van keizer Honoriüs (395 n. Chr.), gelukte het tenauwernood eenige duizenden slaven te werven onder aanbieding van de vrijheid en twee gouden sols2). „Insubordonnés, pillards, laches devant 1'ennemi, désertant au premier signal de guerre, il eut été impossible de réunir de plus mauvaises troupes* 3). Men brandmerkte de recruten om, wanneer zij deserteerden, hen gemakkelijk te kunnen terugvinden. De manschappen werden menigmaal voor particuliere diensten gebruikt en zochten overal baantjes om het eigenlijke krijgsleven te ontkomen. De officieele sterkte verschilde meestal met de werkelijke sterkte. De bevordering ging naar gunst in stede van naar verdienste en het aantal rangen was sterk vermeerderd, immer een teeken van verval4).

Tegen het midden der vierde eeuw nam de plaatsvervanging snel toe. De prijs wisselde sterk af naar omstandigheden 5). Maar erger was, dat een edict van Theodosius den oudsten zoon vergunde zijn vader in diens militairen rang op te volgen, ook al had hij den leeftijd nietWeldra was Rome niet meer in staat zijne provinciën te verdedigen. Aan de volkeren in het Noorden werden groote sommen betaald om de grenzen tegen hunne invallen te beschermen. „A la sollicitation de Glaude (268-270 après Chr.), les Goths, les premiers, s'engagent, par corps entiers sous les banniéres romaines;

') Bouquié, t. a. p. blz. 275

") Zie het decreet van 15 April 400 van Honoriüs aan de provincialen. Cod. Theod. VII. 13, 10.

:i) Bouqujé, t. a. p. blz. 289 Ammianus Maecellinus, een historicus uit de 4e eeuw n. Chr. schrijft reeds: Ferox erat in suos miles et rapax, ignarns vero in hostes et fractus.

') Vegetius, (± 390) De re miütari, II. iii. Zie ook Max JShns, I blz. 113 in gelijken zin.

6) In Cod. Theod. VII xm zijn enkele sommen genoemd.

") Cod. Theod. VII. xxn. 10.

Sluiten