Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

coercitio — het magistrale tuchtrecht — strekte zich zeer ver uit. In enkele gevallen kon de doodstraf opgelegd worden ').

In alle zaken buiten dit tuchtrecht vallende was de magistraat aan de wet gebonden, doch niet steeds in dezelfde mate. Wanneer geen provocatio toegelaten was, besliste hij alleen niet inachtneming van de wettelijke voorschriften, vooral aangaande de strafmiddelen '). „Wo die Anschuldigung auf Grund eines positiven Strafgesetzes s) sich gegen einen römischen Bürger wendet und das magistratisclie Urtheil, sowohl bei der Todes — wie auch über ein niedriges Maximum hinaus bei der Vermögenstrafe — nicht anders als nacli Bestatigung durch die Bürgerschaft vollstrekt werden darf" '), daar was de band strakker aangehaald. In drieërlei vorm ontmoeten wij dit proces. Eerstens bij een publiek delict, dat door de consuls of hunne gedelegeerden — duumviri perduel lionis en quaestores — berecht worden moest. Voorts bij veigtijpen door de tribuni plebis af te handelen, waartoe later alle misdrijven tegen den Staat behoorden. Eindeli jk als aedilicisch proces, waai bi j een aantal feiten met geldboete bedreigd worden. Bij al deze processen stond provocatio op de comitia open

Langzamerhand werden magistraat en paterfamilias meer en ineei beperkt in hunne bevoegdheid, ook al doordat vele vroegere private delicten door uitbreiding van de staatszorg publieke delicten werden. Sedert den slag bij Pydna — eigenlijk iets later — werd het publieke strafproces gevoerd voor quaestiones perpetuae, juryrechtbanken onder voorzitterschap van een magistratus cuni imperio"). Hoewel deze quaestiones perpetuae tijdens het principaal niet werden afgeschaft, geraakten zij in onbruik, daar zij niet aan de eischen van dat principaat voldeden. Augustus had het oude ïnagistratisch-comitiale proces weer in het leven geroepen met dien verstande, dat de provocatio niet meer op de comitia, maar op den senatus geschiedde. E11 daarnaast werd het „rein magistratisch

') Mommsen, Rüm. Strafrecht, blz. 4:5-44.

Mommsen, Röiii. Strafrecht, blz. 142-151.

3) D. w. z. sou legibus scu moribus.

') Mommsen, Röm. Strafrecht, blz. 151.

6) Mommsen, Röm. Strafrecht, blz. 103, Gein, t. a. p. blz. 114 vlg. I!) Mommsen, Röm. Strafrecht, blz. 180.

Sluiten