Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de magistratuur en de magistraten eene bepaalde reehtsmaclit bezaten, zou eene afzonderlijke rechtspleging voor militairen ongerijmd zijn geweest. Immers de gewone rechtspraak berustte in handen der magistraten, waarom zou niet de berechting der militaire misdrijven kunnen geschieden door diezelfde magistraten, die tegelijk bevelhebbers waren ? Daarbij komt, dat liet Romeinsche leger niet anders dan het gewapende volk was.

Het militaire strafproces week niet af van het gewone strafproces. Aanvankelijk velde de koning of de consul na verhoor van beklaagde en getuigen het vonnis, dat terstond voltrokken werd. Later leidde de tribunus militum, die onder opperbevel van den consul het legioen commandeerde, het vooronderzoek. Hij hoorde den beklaagde en de getuigen en braclit, wanneer hij voldoende gegevens omtrent de zaak had, rapport uit aan den consul. Deze liet onmiddellijk appel slaan en alle soldaten verzamelden zich gewapend als bij de comitia centuriata. De consul leidde de vergadering, waarin de krijgstribuun de zaak uiteenzette, de afgenomen verhooren resumeerde en toepassing der wet eischte. Daarop sprak de consul de soldaten toe en stelde hun voor den beklaagde schuldig aan het hem ten laste gelegde te verklaren door inet hunne zwaarden op de schilden te slaan l). Wanneer dit geschiedde, bepaalde de consul de straf, welke onmiddellijk door de lictoren werd voltrokken 2). Men beweert, dat de soldaat geen recht van provocatio had, met een beroep op deze woorden van Cicero3): „militiae ab eo qui iinperabit, provocatio ne esto" doch men vergeet, dat hij daar eene ideale wetgeving beschrijft en dus eerder afkeurt, dat er in werkelijkheid eene provocatio bestond. In het burgerleger der Republiek keurden de verzamelde soldaten — d. w. z. de comitia centuriata te velde, — het gevraagde vonnis goed, ziedaar de provocatio. En later, toen de quaestiones perpetuae reeds de gewone strafzaken behandelden, hadden de verzamelde soldaten het recht liet door den veldheer uitgesproken vonnis te vernietigen en de zaak voor den gewonen rechter in Rome te verwijzen onder opzending van den beklaagde,

') Livius vermeldt dit gebruik, dat ten tijde van Caesar (De bcllo Africano LIV) en van Tacitus (Ann. I. 44) nog bestond.

BouquiÈ, t. a. p. blz. 235 vlg. DangeLMAIEK, (Jeschichte des MilitiirStrafreehts, blz. 18.

") De legibus, III, 3, 6,

Sluiten