Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zaak aan den gewonen rechter. Overigens was de militaire rechter zoowel in civilibus als in criminalibus bevoegd l). Daarentegen was, nu niet meer ieder diende, eene bepaling aangaande de personeele bevoegdheid vereischt.

Men ziet, dat zij, die de vraag stellen öf het een öf hel ander, onjuist handelen, want het een sluit het ander niet uit. De tijdsomstandigheden brachten mee, dat nu eens de bevoegdheid ratione materiae, dan weer de bevoegdheid ratione personae een juiste bepaling vorderde, terwijl de andere bevoegdheid alsdan vanzelf sprak.

In het burgerleger der Republiek was geen plaats voor den afzonderlijken militairen rechter, tijdens de monarchie was er behoefte aan een forum privilegiatum voor militairen. Ik behoef 11a het vorenstaande niet nader te zeggen, waarom dit zoo was. En legervorming èn gewone rechtspleging hebben daarop haar invloed doen gelden.

§ 4. De middeleeuwen.

Het is eigenaardig 0111 de ontwikkeling van het krijgswezen in de middeleeuwen na te gaan.

Bij de Germanen bestond natuurlijk algemeene dienstplicht: de grondstelling, dat het plicht was van alle vrije en weerbare mannen 0111 het land te verdedigen, gold boven alles. Maar tegelijk was het alleen den vrije, die de geschiktheid daartoe bezat, veroorloofd in de gelederen plaats te nemen. Het was derhalve ook een recht evengoed als een plicht het vaderland te dienen.

„Heer- und Kriegswesen bilden den eigentlichen Brennpunkt für das öffentliclie Leben der Germanen. Religion, Verfassung und Recht der Germanen sind in wesentlich kriegerischem Geist gestaltet. Ruhmvoller Tod in der Schlacht gilt nach den religiösen Anschauungen des Volkes, das sich seine Götter als Kriegsgötter schuf, für das höchste der auf Erden zu erstrebenden Ziele des Mannes. Die politische Gliederung des Volkes ist ein Abbild der Gliederung des Heeres. Die Obrigkeiten des Volkes sind seine Heerführer. Die Landesversammlung ist Heerversammlung und Ort

') Zie Cod. III. 13. 6. (CJonst. Theod. et Honorius.)

Sluiten