Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wehrhaftmachung." Aldus schetst Brunner ') de omstandigheden, waaronder nog het krijgswezen verkeerde, toen het Frankenrijk werd gesticht.

Hoewel de bevolking van het Frankenrijk gelijkelijk uit Germanen en Romanen bestond, is met betrekking tot het legerwezen en het rechtswezen weinig of niets van de Romeinen overgenomen. Er was geen scheiding van civiele en militaire ambten en evenmin een heirleger van ambtenaren, terwijl bovendien geen inkomsten voorhanden waren om een huurleger of vrijwilligersleger te onderhouden. Allen waren weerplichtig, voorzoover zij vrijen waren en moesten eigen uitrusting en onderhoud bekostigen. Plunderen en buitmaken waren binnen het Frankenrijk verboden. Dientengevolge konden alleen eenigszins vermogendon dienst doen en was liet getal krijgslieden zeer beperkt. Daarom bepaalde Karei, de Groote in 807, dat bezitters van drie hoeven of van fiOO solidi persoonlijk moesten dienen en zij, die minder bezaten, gezamenlijk een soldaat moesten uitrusten en onderhouden.

Daarbij kwam, dat tengevolge van de invallen der Arabieren eene gewijzigde tactiek vooral ruiterij in het gevecht vorderde, zoodat andermaal de uitrusting oorzaak was, dat het getal strijders kleiner werd. Om daarin tegemoet te komen werden talrijke kerkelijke goederen aan Frankische edelen in leen gegeven, teneinde dezen in staat te stellen hunne kleine vasallen voor den ruiterdienst uit te rusten. Aldus ontstond het senioraat, waarvan Brunner2) zegt: „Wahrscheinlich nahin der König seine eigenen unfreien Vassallen mit ins Heer und verlangte er zunachst von seinen unmittelbaren grossen Vassallen auf Grund ihrer Vassallenpflicht, dass aucli sie ilire unfreien Privatsoldaten dein Heere zu führten. Schliesslicli wurde dann das Aufgebot auf alle unfreien, mit Benefizien ausgestatteten Vassallen ausgedehnt." De senior of zijn voogd riep ingevolge de koninklijke bevelen zijne vasallen en hoorigen bijeen, die hem of — zoo hij niet mee uitrukte — den graaf volgden 3). Op deze wijze ontwikkelde zich uit het volksleger eene feodale weermacht, samengesteld uit even zoovele contingenten als er senioren waren.

') Deutsche Rechtsgcschichte, I blz. 133.

2) T. a. p. II blz. 211.

:i) Bouquié, t. a. p. blz. 405.

Sluiten