Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiven het recht „scheppen" moesten, d. w. z. alleen het gewoonterecht konden toepassen l). Eerst met den Sachsenspiegel en andere rechtsboeken keerde men tot het geschreven recht terug. Men kreeg langzamerhand eene rechterlijke macht in den staat -').

Vooral door den invloed van het kanonieke recht werd bet karakter van het strafproces publiekrechtelijk. Het kanonieke recht berustte op het Romeinsche recht, maar week in enkele opzichten daarvan af. Het was in plaats van accusatoir meer inquisitoir geworden 3). Ook het bewijsrecht was belangrijk veranderd. Eertijds kon de beschuldigde zich door een eed, soms door een aantal vrienden mede afgelegd, van de klacht zuiveren en voor de gevallen, waarin een eed niet beslissend was, greep een ordalie of wel een gerechtelijk duel plaats '). Tot aan de dertiende eeuw duurde dit. Doch de Kerk kon dit bewijsrecht niet goedkeuren en voerde een ander in, waarbij de bekentenis een hoofdrol vervulde en de tortuur werd ingevoerd.

In een aantal gevallen was het kanonieke recht zelve toepasselijk en geschiedde de berechting door geestelijke rechtbanken. Bij de hoogere rechtbanken geschiedde de rechtspleging langzamerhand volgens het Romeinsche recht, dat door de Italiaansche school gerecipieerd en door rechtsgeleerden uit die school verbreid, opnieuw in zwang kwam. Doch dit gebeurde niet voor het einde der middeleeuwen. In de 13('c en 14''° eeuw heerschte allerminst eenheid in de rechtspleging, hetgeen niet verbeterd werd door den staatkundigen toestand. „Fast ununterbrochene Kriege, Kiimpfe und Feilden, theils nach Aussen, tlieils und hauptsüchlich im Innern zwischen den einzelnen Gliedern und Standen des Reiclis. Förmliche Anerkennung eines eigentlichen Fehderechts wenigstens für den Fall der Unzulanglichkeit des richterüchen Schutzes: allein sehr bald oder jedenfalls sehr hiïufig geradezu unbedingte und schrankenlose Ausübung dieses Rechts; eben damit denn aber auch Lahmung und

') Geib, Lchrbuch dos Dcutschen Strafrechts, I blz. 196 vlg.

-) O laser, Handbuch dos Strafprozesses I, blz. 58.

:l) Gl-aser, t. a. p. I blz. 75—76. Zie ook in de volgende afdeeling de inleiding. (§ 1.)

4) Brunner t,. a. p. II, blz. 369—141, spreekt uitvoerig over het bewijsrecht. Zie ook ScHui/rz, t. a. p. II, blz. 133—151.

3

Sluiten