Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nicht selten factische Aufhebung beinahe aller und jeder ricliterlichen Thatigkeit.* Zoo schetst Geib ') de toenmalige rechtszekerheid en -uitoefening. Ik kan niet zeggen, dat deze toestand gunstiger was dan ten tijde van Clovis.

Bij de Germanen, waar de rechtspraak bij het geheele volk berustte, was geen plaats voor den militairen rechter. Evenmin in den beginne bij de Franken, al moge de rechtsmacht ook voor een zeer groot deel in handen van den koning en zijne ambtenaren zijn gekomen, daar er geen scheiding van de civiele en de militaire ambten bestond. De koning, de hertog, de graaf, de hoofdman van honderd, allen hadden een militair commando, burgerlijke bestuursfunctiën en waren voorzitters van rechterlijke colleges.

„Les Missi dominicizegt Bouquié 2), „qui étaient en quelque sorte des magistrats ambulants en mêtne ternps juges civils et juges militairen, recurent la mission de se transporter a la suite des troupes, sur tous les points de 1'empire." Daarbij komt nog, dat de verschillende volkeren door de Frankische koningen bij hun rijk ingelijfd, ieder hun nationaal recht bleven behouden en alleen hunne wetboeken hier en daar met Frankisch recht werden aangevuld. De soldaten van hetzeltde leger waren dientengevolge aan verschillende wetgevingen onderworpen. „L'homme, le guerrier, se classait, se jugeait d'après la loi propre a sa race, salique ou bavaroise, bourguignonne, lombarde ou gothique 3). Dr. Dangelmaier, die de noodzakelijkheid van eene afzonderlijke militaire rechtspraak betoogt en haar bestaan in alle tijden wil aantoonen, kan niet anders zeggen dan dat het duidelijk is, „dass der Stand des Militarrechts im frankischen Reiche kein erfreulicher war" ').

Eerst tijdens de kruistochten, toen, gelijk wij hebben gezien, de legers uit huurlingen waren samengesteld en dikwijls jaren ver van hun land bleven, ontstonden er afzonderlijke strafwetgevingen voor de militairen. Zoo gaf Lodewijk VII in 1147 in Metz eene krijgswet uit voor de kruisvaarders. Frederik I Barbarossa vaar-

') Lchrbuch des Deutsehen Strafrechts, I blz. 203. Beter ware het te zeggen: rechtsonzekerheid en me<-uitoefening.

'■') T. a. p. blz. 400.

:') Baluzius, Capit. I, meegedeeld door Bouquié, t. a. p. blz. 394. ') Gcschichte des Militar-Strafrechts, blz. 20.

Sluiten