Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieën werden niet vermengd met Franschen. Waarschijnlijk hebben er twee regimenten Schotten bestaan.

Hendrik II richtte in de grensprovinciën „légions" op, om het land tegen invallen des vijands te beschermen. Deze „nouvelles bandes" werden uit de bewoners dier provinciën samengesteld ') en door de gouverneurs der provinciën naar behoefte bijeengeroepen en afgedankt. Lodewijk XIV breidde deze plaatselijke organisatie in 108') aanmerkelijk uit, om zijn rijk tegen den vijand te verdedigen, toen hij zijne legers elders noodig had. Er werden op deze wijze 30 regimenten, bestaande uit ruim 25000 man, opgericht en na den oorlog ontbonden 2). Gebrek aan geld en aan vrijwilligers noopte hiertoe. Het krachtige, centrale gezag in Frankrijk bracht eenheid in de legers, die voor het overgroote deel uit huurlingen, maar dan uit Franschen waren samengesteld.

In Duitschland hebben de Gouden Bul (155G) en de vrede van Westphalen (1648) de rechten en den invloed der vasallen tegenover den leenheer voorgoed bepaald. „Durch den Westphalischen Frieden" zegt Becker 3) dienaangaande „war für die Landesherren der Einzelstaaten des heiligen Römischen Reiches Deutscher Nation zwaï kein neues Recht gewonnen, aber der Landeshoheit im weiteren Sinne Anerkennung verschafft worden." De tallooze vorsten en vorstjes streefden ernaar, om tot verliooging van hun politieken invloed en tot vermeerdering van het aanzien van hun Huis, ten allen tijde een talrijk geoefend leger ter beschikking te hebben. Wanneer het geld ontbrak, werden aan andere staten, volgens het „Bündnissrecht" van den Osnabrückschen vrede, hulptroepen aangeboden tegen subsidie om daarvan dan voor eigen gebruik nog eenige troepen te betalen. Zoo zag men in de keurvorstendommen de enkele regimenten, die in 1G48 onder de wapenen waren gebleven, tot heele legers uitbreiden, terwijl de kleinere staten meestal nog

') «Tous les Officiers devoient être du Païs dont la Légion portoit le nom. La raison de ceci étoit que tous les Officiers & la plüpart des soldats étant levez dans les Provinces frontièree dont elles portoient los noms, il étoit dc leur intérêt commun de bien garder leur Païs contre les ennemis.» Daniël, t. a. p. II blz. 238; zie ook blz. 249—251.

-) Daniël, t. a. p. II blz. 305.

■') Aus der Jugendzeit der stehcnden Heere Deutschlands und Oesterreichs, blz. 7. Zie ook J. D. Meijer, t. a. p. V blz. 139 vlg.

Sluiten