Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rij de „Landsknechten" — het voetvolk — waren regimenten, welke het „Recht der langen Spiesse" hadden. De rechtspraak geschiedde dan door alle soldaten van liet regiment, terwijl de beklaagde bij veroordeeling spitsroeden loopen moest, eene straf niet ongelijk aan liet Romeinsche fustuarium. Andere regimenten hadden een Schultheiss, die 12 ervaren krijgslieden als zijne bijzitters in den krijgsraad koos. De procesorde had alsdan veel overeenkomst met die bij de ruiterij ')•

Eerst in de 18c eeuw is dit accusatorisch proces, dat geheel van het civiele strafproces afweek, vervangen door het schriftelijke en geheime inquisitieproces. De beginselen van dit proces zijn vervat in de straks genoemde „Kriegsgerichtsordnung und AuditeursInstruktion" van Fredehik I van Pruisen en in de „Bestallung eines Malefiz-Gerichts in der kaiserlichen Armee" van 1723. De Pruisische krijgswet kende twee instantien. Het „Obergericht" bestaande uit den Feldmarschall of zijn plaatsvervanger en den General Auditeur met 13 bijzitters, oordeelde over hoofdofficieren in alle zaken en over de andere militairen bij landverraad en bij zaken, waarbij de regimentscommandant betrokken was of die geheele troepenafdeelingen betroffen. Bovendien was het Appellations-Gericht in civiele zaken. Alle andere zaken werden voor de Regiments- of Garnisons-Gerichte behandeld, al naarmate de betrokken personen tot een regiment behoorden of niet. De zware vonnissen moesten door den Koning worden bekrachtigd. Een der weinige voordeelen van dit proces kan genoemd worden de bezetting van het „Schultheissamt* door een rechtsgeleerden auditeur.

Dat ook in civiele zaken door den militairen rechter werd beslist, kan blijken uit de Reuterbestallung van Maximii.iaan II waarvan Art. V. luidt: „Wan aber etwa Bürgerliche Partheysachen vorhanden, die nicht gar wichtig, und er [d.h. der Feldmarschall] mit andern geschaftten beladen were, so mag er seinen Leutenant das Recht halten lassen" en Art. XII „In Bürgerlichen aber, wann es Gut und Geit zwischen den Partliegen betrifft, der Klager u. s. w" 2). Waar liet leger als hier, eene nova universitas was, is dit consequent,

') Zie ook bij DangelmAIER, t. a. p. blz. 45 vlg.

2) Zie ook Oangei.maieB, t. a. p. blz. 52 en den Reichsabechied van Regenburg in 1041

Sluiten