is toegevoegd aan uw favorieten.

Militaire rechtspleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evengoed als het bestaan eener afzonderlijke rechtspraak voor militairen zelf.

In de Republiek der Vereenigde Nederlanden kon over het bestaan van een afzonderlijken militairen rechter niet getwist worden. Reeds in eene ordonnantie van 27 Januari 1521, waarbij Holland twee duizend man in vijf „vaentgens" verdeeld in dienst nam, was bepaald (art. 13): „Wat geschillen gebeuren onder den Souldeniers, terwijl sy onder heur Vaentgen uyt syn, die sullen berecht worden by den Capiteyn en syn Amptluyden naar crygsrecht" '). In het Placaat van 12 October 1547 van Ka hel V betreffende het uitrusten en onderhouden van Benden van Ordonnantie en Ruyteren te Paarde, werd de bevoegdheid van den miltairen rechter uitgestrekt tot alle delicten, wanneer de dader bij den troep is en de militaire overheid aanwezig, uitgezonderd de „crimen capitaal in het garnizoen gepleegd en de feiten voor de indiensttreding begaan. Alsdan is de „Regter ordinaris van der plekke" competent.

Civiele zaken bleven aan den gewonen rechter behalve actiën wegens schulden in het garnizoen gemaakt, welke de capiteyns berechtten *).

In de Ordonnantie op 't stuck van de crimineele justicie van 5 Juli 1570 wordt in art. G8 opnieuw geregeld „gelyk tot verscheyden stonden gestatueert is", dat de crimineele jurisdictie aan den militairen rechter bleef, zooals in 1547 bepaald was. De artt. 69, 70 en 71 bevatten voorschriften omtrent de jurisdictie over vreemde soldaten in deze gewesten in dienst des Konings. Over de rechtskracht dezer Ordonnantie bestond tijdens de Republiek veel verschil van gevoelen, ook al, omdat de Crimineele ordonnantiën \an 1 iuliis bij de Pacificatie van Gent werden geschorst, hoewel velen aannemen, dat dit alleen de bepalingen omtrent ketterij betrof3). Niettemin heeft de Ordonnantie grooten invloed gehad. Zij bepaalde de competentie van den militairen rechter tot „alle saaken van Krygshandel ende van 't geene die Krygsluyden misdoen fer plaatsen

') Van der Kemp, t. a. p. I. blz. 8.

') Zie het plaeaat bij v. d. Kemp, t. a. p. I. blz. 12-24.

3) O. a. Bort, Tractaet van crim. saecken Til. V N" 61; Voorda, Verhandeling over het verstand van de ordonnantie van Philips II enz. (1792) blz. 9i Rbndorp, Verhandeling over de militaire jurisdictie (1780) Voorrede blz. VI -LXX, die dit twistpunt zeer uitvoerig bespreekt.