Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Taillefer *) — „n'est en sornme que la codification de la loi du 13 bnimaire an V, des textes, qui l'ont successivement modifiée, des décisions interprétatives du Conseil d'Etat, et enfin de la jurisprudence." In een noot somt hij de voornaamste wetten op, welke de militaire rechter vóór 1857 moest raadplegen en combineeren en komt tot 78, waaronder den Code Pénal en den Code d'instruction criminelle. Joffrès brengt dit getal tot 201 2).

Het zou mij te ver voeren om de militaire wetgeving tijdens de Revolutie te bespreken. Ik wil alleen meedeelen, dat de eerste twee militaire wetten 8) de bevoegdheid van den militairen rechter beperkten tot de „délits commis en contravention a la loi militaire par laquelle ils sont définis" en dat de wet van 1791 bepaalde, dat de beschuldigde zich moest vergrepen hebben aan Je devoir, la discipline ou la subordination," De organisatie van den rechter wisselde telkens af, terwijl een enkele maal de militaire rechtbank uit twee burgers, waarvan een, de voorzitter, magistraat was, en uit een militair van denzelfden rang als de beschuldigde bestond. De wet van 13 brumaire an V (3 November 1790) stelde permanente krijgsraden in bestaande uit 7 leden: 5 officieren en 2 onderofficieren en bevoegd in zake „délits militaires" (artt. 1 en 2), welke woorden, zonderling genoeg, tot 1857 zijn gelezen en uitgelegd, alsof er stond „délits des militaires" '). Deze wet bleef het fundamentum juris militaris tot 1857. Aan Napoleon ontging natuurlijk de verwarde toestand der militaire wetgeving niet, maar van een wetboek is niets gekomen. In de zitting van de commissie van wetgeving van 21 Februari 1809 onder voorzitterschap van den Keizer, werd op voorstel van Napoleon besloten, om alle delicten ter kennisneming aan den gewonen rechter over te laten, die, wanneer hij meende, dat de zaak bij den militairen rechter behoorde, den beschuldigde aan zijn korps overgaf 5). En in de Acte additionnel

') T. a. p. blz. 115.

-') Meegedeeld bij Reiger, Proeve van de samenstelling en de competentie der regt banken voor de landmagt enz., blz. 02 noot 140.

3) Van '29 Oct. 1790 en 19 Oct. 1791. Zie Chenier, Guide des tribunaux militaires, blz. 0 vlg.

4) Zie Taillefer, t. a. p. blz. 85—80 hierover.

6) Locré Législation de la France XXIX, blz. 134. Bij deze gelegenheid sprak Napoleon de merkwaardige woorden: «La justice est une en France; on

Sluiten