Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a la constitution de 22 avril 1815 bepaalde hij (artt. 54 en 55): „Les délits militaires sont seuls du ressort de tribunaux militaires. Tous les autres délits, méme commis par les militaires, sont de la compétence des tribunaux ordinaires" ').

Na den val van het keizerrijk zijn vele pogingen aangewend om den chaos van wetten door één wetboek te vervangen, maar eerst in 1857 is dit gelukt. In 1855 droeg Napoleon III de samenstelling van een ontwerp op aan den raadsheer Foucher, die ook

in 182!) lid van de commissie was geweest, wier ontwerp tengevolge

van de Julirevolutie niet verder in behandeling kwam. Naar den vorm kwam het ontwerp 1855 met dat van 1829 overeen. Het eerste gedeelte omvat de organisatie van den militairen rechtei en berust op de wetten van brumaire an V en fructidor an VI, het beginsel vooropstellende, dat de mindere nooit rechter van zijn meerdere kan zijn. Het tweede gedeelte handelt over de bevoegdheid en handhaaft het beginsel van de competentie ratione personae, dat door de jurisprudentie aangenomen was. Militairen staan dus voor alle strafbare feiten voor den militairen rechter terecht. Het derde gedeelte regelt de procedure en stelt eene snelle berechting op den voorgrond, terwijl het vierde gedeelte het materieele strafrecht omvat. Het ontwerp doorliep in 185<> en 1857 den parlementairen weg en werd met geringe wijzigingen de Code de justice militaire.

Welke redenen voerde men nu aan voor het bestaan van eene afzonderlijke rechtspleging voor militairen? In 1790 werd in de wet bepaald, dat de militairen zouden terechtstaan voor een „tribunal civil ou militaire, suivant la nature du délit", terwijl onder de delicten van militairen aard alleen die betrekkelijk de subordinatie werden begrepen. Tot aan de wet van 13 brumaire an V bleef dit zoo, alleen waren de militaire rechtbanken nog bovendien geheel of ten deele met burgers bezet. Bij deze wet van brumaire an V werden permanente conseils de guerre „jusqu a la paix" ingesteld, bevoegd ter zake van alle „délits militaires". Na den vrede van Luneville verlengde

est citoyen FranSais avant d'être soldat: si, dans 1'intcricur, un soldat en assass.ne un autre, il a sans doute commis un crime militaire, niais il a aussi commis un crime civile. II faut donc que tous les délits soient soumis d abord k la junsdiction commune toutes les fois qu'clle est présente.»

■) Taillefer, t. a. p. blz. 105.

Sluiten