Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende militaire rechtspleging te bezitten: een „einheitliches Verfahren" was zeer gewensclit. Dat dit op prijs gesteld werd, bleek uit een ruim twintigjarige voorarbeid van eene „Reihe von Immediatkommissionen" l), noodig om tot eenheid te geraken. In de tweede plaats wenschte men de Militarstrafgerichtsordnung „auf der Grundlage moderner Rechtsanschauungen" ~) te doen rusten,' hetgeen — oordeelde men naar de rede van den Rijkskanselier — ook het geval zou zijn. Maar Dr. Stenglein — de vader van de Beiersche Militarstrafgerichtsordnung — waarschuwde terstond voor deze officieele „Posaunentönen" en meende, dat het diep moest betreurd worden, „werui dieser Entwurf ohne eingreifende Umarbeitung Gesetzeskraft erhalten wflrde, denn er bietet ebenso wenig Rechtssicherheit als das bisherige Verfahren, aber unter einem Schein, der eine Reform ins Unabsehbare verschieben wflrde. Besser ware es, das Alte, welches als unhaltbar allseitig erkannt ist, noch eine Spanne Zeit zu halten als eine Scheinreform an dessen Stelle zu setzen" a). Reeds in hare Begrflndung liet de Regeering zien, waar de schoen wrong, toen zij zeide4): „Eine den modernen Rechtsanschauungen nicht mehr entsprechende Militarstrafgerichtsordnung ist vom Uebel. Ein weit grösseres Uebel fflr die Armee würde aber eine solche sein, die geeignet ware, die militarische Disziplin zu gefahrden. Aus diesen Rücksichten bat der Entwurf im Grossen und Ganzen die Bestimmungen der preussischen Militarstrafgerichtsordnung beibehalten". Hetgeen de Pruisische Minister van Oorlog later herhaalde, toen in den Rijksdag werd gezegd, dat zoo weinig uit de Beiersche Militarstrafgerichtsordnung was overgenomen 5). Van de „moderne Rechtsanschauungen" is dan ook weinig te vinden en men doet geen onrecht met te zeggen dat het ontwerp eene verbeterde Pruisische Militarstrafgerichtsordnung is. In Beieren ging men derhalve met de nieuwe wet achteruit, waaraan het

') Mededeeling van den Pruisischen Minister van Oorlog in den Rijksdag op 16 December 1897. Stenographische Berichte J. Guttentag, Berlin 1898, blz. 1 b

2) Rede van den Rijkskanselier in den Rijksdag op 16 December 1897, Stenographische Berichte blz. In.

3) Gegen den Militarstrafprozess-Entwurf. Deutsche Juristen Zeitung 1898 blz. 11 — 15.

*) Materialien blz. 57a.

6) In zijne rede op 15 Maart 1898. Stenographische Berichte blz. 61a.

Sluiten