Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordigheid erover was beraadslaagd, besliste de Koning, „dat alle Militairen, in actieven dienst zich bevindende, regulier en bij uitzondering zouden zijn onderworpen aan de Jurisdictie der Militaire rechtbanken, niet betrekking tot alle de door hun gepleegd wordende delicten, 't zij commune, 't zij Militaire; en dat dientengevolge aan het Wetgevend Ligchaam eene voordracht zoude worden gedaan tot het daarstellen een verandering in Artikel 70 der Staatsregeling" '). Reeds vroeger had de Koning dit gevoelen doen kennen.

Nadat vervolgens het eerste hoofdstuk door de eerste sectie van den Staatsraad opnieuw was bewerkt — onder medewerking van den heer Moorrees — werd het geheele ontwerp in handen van eene nieuwe commissie, waarin mr. Moorrees ook zitting had, gesteld met last om het, na raadpleging van kundige militairen, opnieuw te bewerken. Aldus ontstond, onder medewerking van den kolonel-generaal Taravre, het ontwerp 1808. De behandeling was eerst 15 September 1809 afgeloopen, doch toen moest de Koning nog beslissen omtrent de verhouding tusschen het Hooge Gerechtshof en de Hooge Militaire Vierschaar. Weldra bleek, dat het militaire wetboek in min of meer belangrijke punten verschilde met de pas gearresteerde algemeene strafwetgeving. Om hier overeenstemming te krijgen, werd eene commissie bestaande uit de heeren mrs. J. E. Reuvens, G. J. Jacobson en F. H. Moorrees benoemd 2), doch eer zij haar werk voltooid had, was ons land bij Frankrijk ingelijfd.

Uit het nu bekende materiaal, dat ter beschikking van den heer Moorrees was, zijn onze militaire wetboeken in 1814 en 1815 ontstaan. De commissie, door den Souvereinen Vorst benoemd, werkte bijzonder vlug. Reeds 7 Februari 1814, vijf weken, nadat zij hare werkzaamheden had aangevangen, werden door haar 7 Ontwerpen met een daarbij behoorend Rapport:!) aan den Eersten President van het Hoog Gerechtshof ingezonden, die na onderzoek de Ontwerpen mondeling aan den Vorst aanbood. Deze zond de Ontwerpen

') Aldus dc Staatsraad Hri.tman in zijn rapport aan den Koning van 8 Augustus 1808, eveneens door mr. Pols in Themis 1866 blz. 817 vlg. meegedeeld. Eigenaardig is het, dat de burgerlijke Lodhwijk Napoleon zich ongeveer in denzelfden tijd voor eene universeele militaire jurisdictie verklaarde als «der Schlachtenheros» ten voordecle van eene beperkte militaire rechtspraak besliste. '-) Zie noot 1 op blz. 73 hiervoor.

:') In zijn geheel opgenomen bij van der Hoeven, t. a. p. blz. 44—55.

Sluiten